Dit artikel is alleen online gepubliceerd.
Tulisa Contostavlos, jurylid in de Britse editie van X Factor, wordt mogelijk letterlijk beperkt in haar bewegingsvrijheid. De zangeres (23), die bekend werd met hip-hop groep N-Dubz, probeert mogelijk haar parfum op televisie aan te prijzen door middel van een armgebaar.
Aan het begin van iedere liveshow van het programma groet Contostavlos het publiek met haar ‘signature arm gesture’, een gebaar waarbij ze de tatoeage op haar arm toont. Op haar arm staat de tekst ‘The Female Boss’ getatoeëerd en laat dat nu ook net de naam zijn van haar eigen geurtje dat ze vorige maand heeft gelanceerd.
Hoewel product placement sinds februari 2011 in Engeland is toegestaan, is het in Engeland niet toegestaan om ‘talenten’ aan bepaalde producten te laten refereren of ze die te laten promoten. Mediawaakhond Ofcom heeft klachten ontvangen over het armgebaar van Contostavlos, dat een illegale manier zou zijn om haar parfum aan de man te brengen. Hierop heeft Ofcom een onderzoek ingesteld naar de legaliteit van Tulisa’s armgebaar. Ze zou haar tatoeage overigens sinds het begin van het jaar hebben.
Opmerkelijk genoeg hebben de mensen die klaagden de link tussen het armgebaar en het geurtje waarschijnlijk niet eens zelf gelegd; in het ‘achter de schermen’-programma Xtra Factor werd een clip getoond van Contostavlos’ armgebaar die werd besproken in relatie met haar parfum. Mocht blijken dat Tulisa Contostavlos met haar armgebaar de regels van Ofcom overtreedt, mag ze het gebaar in toekomstige uitzendingen niet meer maken.
Het opmerkelijke nieuws bevestigt drie bevindingen: Ofcom is streng en precies in de naleving van zijn regels omtrent (in dit geval) reclame, Britse televisiekijkers zijn snel geneigd om formele klachten in te dienen naar aanleiding van hetgeen zij op televisie zien én Ofcom neemt deze klachten graag serieus. Uiteindelijk is het dus niet Contostavlos die ‘the boss’ is.
Bronnen:
The Guardian
Digital Spy
maandag 21 november 2011
woensdag 16 november 2011
De Schijf Van Vijf
Over de rubriek
De ene recensent vindt een bepaalde plaat ge-wel-dig, terwijl de andere er hooguit de poot van zijn wiebelende tafel mee wil ondersteunen. Daarom riep Musicmaker de Schijf Van Vijf in het leven: een vakrecensent en iemand 'uit het veld' geven onafhankelijk hun mening over vijf nieuwe albums. Deze maand bespreken Leon van Wijk, muziekredacteur bij Studenten.net en redacteur bij Medium, een magazine over communicatiewetenschap en Wouter de Boer, eindredacteur bij KindaMuzik, schrijver van concertaankondigingen voor het Groningse poppodium Vera en concertprogrammeur de nieuwe releases van De Dijk, Nobody Beats The Drum, The Devil's Blood, The Hype en Spinvis. (Bron: Musicmaker)
Musicmaker ligt nu in de winkel; de PDF-bestanden van de rubriek kunnen hier worden bekeken:
Pagina 1 en Pagina 2.
Recensies
Nobody Beats The Drum – Currents
Het lijkt alsof er een einde is gekomen aan het Britste monopolie op het maken van goede elektro; het Nederlandse Nobody Beats The Drum doet niet onder voor de huidige Britse elektronicageneratie en is misschien zelfs origineler. Hoewel het makkelijk zou zijn om de Engelse werkwijze te kopiëren en op zeker te spelen, is van de overgeproduceerdheid die Britse elektro vaak kenmerkt, op dit album zeker geen sprake. De ruwe randjes zijn op Currents niet weg gepolijst, wat resulteert in een alles behalve voorspelbare plaat. Hoewel alle tracks even dansbaar zijn en rauw in het gehoor liggen, eindigen sommige van de nummers lang niet zo sterk als ze beginnen doordat de aanvankelijk geïntroduceerde melodieën niet overal even sterk worden uitgebouwd. Dat wordt echter goedgemaakt door het treffende oor voor detail dat, geuit in de vorm van verrassende geluidseffecten, dit album zo prettig gestoord laat klinken. Niet zo commercieel, maar voor zowel Nederlandse als internationale begrippen een hele fijne plaat.
De Dijk – Scherp De Zeis
Opgericht in 1981 is De Dijk een oude rot in het Nederlandstalige vak. Na een samenwerking met Solomon Burke (een project dat de band door Burke’s plotselinge overlijden niet in de koude kleren is gaan zitten) is het nu tijd voor het negentiende studioalbum. Op Scherp De Zeis, een cultureel statement dat volgens frontman Huub van der Lubbe verwijst naar de steeds harde wordende samenleving, klinkt de band volgens het persbericht ‘op haar best’ en ‘soulvoller en intenser dan ooit’. Hoewel de spijker hier en daar inderdaad treffend op zijn kop wordt geslagen door de interessante paradoxen en beeldspraken die het melancholische aan dit album nog wat extra kracht mee geven, overtuigt de plaat niet overal. De alom verafgode Van der Lubbe draagt de chansons met karakter, maar de teksten verdienen over het algemeen geen diepzinnigheidsprijs en de instrumentalen zijn slechts in enkele nummers van een kwaliteit die van De Dijk verwacht mag worden. Vernieuwend is de plaat niet, maar De Dijk blijft daarmee wel trouw aan zijn roots. Wie van een band van formaat ook een album van formaat verwachtte, wordt licht teleurgesteld, maar de fans zullen er niet minder hard om meezingen.
Spinvis – tot ziens, Justine Keller
Wie denkt dat poëzie en muziek twee onverenigbare takken van kunst zijn, moet na het beluisteren van deze plaat zijn ongelijk toegeven. Hoewel Spinvis nauwelijks daadwerkelijk rijmt, legt hij wel een treffend woordgebruik aan de dag dat dit album tot de verbeelding doet spreken. Op klein gehouden muziek met subtiele elektronische elementen is de ene zinsnede oppervlakkig, herkenbaar en gedetailleerd specifiek, terwijl de volgende zinsnede door vileine beeldspraak toch weer diepgaand en universeel is. De soms ietwat dubbelzinnige, van intelligentie getuigende passages gaan met name opvallen na meerdere luisterbeurten. Hoewel de verhalende praatzang van Erik de Jong lang niet briljant is, past die prima bij het genre: schijnbaar ongecompliceerd, maar wel degelijk vrij moeilijk om overtuigend uit te voeren. Spinvis kleurt op deze plaat voortdurend netjes binnen de lijnen en een volgend album zou nog interessanter zijn als er vocaal of muzikaal eens grenzen worden overschreden; iets meer kracht of bombast is namelijk wel welkom. Voor liefhebbers een vermakelijke plaat.
The Devil’s Blood – The Thousandfold Epicentre
Voor liefhebbers van het occulte is er eigenlijk maar één medium dat de emoties echt kan dragen en uitdrukken: de muziek. Het fijne aan The Devil's Blood is dat er in hun weliswaar zeker niet licht verteerbare nummers nog wel echt gezóngen wordt en het grote geluid dat daardoor wordt gecreëerd doet makkelijk vergeten dat we hier met een Nederlandse formatie te maken hebben. Een verrassing of enorme verbetering is het album vergeleken met hun eerdere werk niet, maar aangezien dat in dit geval betekent dat het de band wederom is gelukt om een authentiek vet, maar vooral tijdloos album af te leveren dat alleen een tikje melancholischer is dan zijn voorganger, is dat helemaal niet zo erg. Hoewel de stem van The Mouth of Satan vrijwel alle toonhoogtes makkelijk aankan, kennen we aan het einde van de plaat alle kunstjes wel en begint haar jankende stemgeluid op zijn minst te vervelen. De gierende gitaren en de (helaas net iets te) zorgvuldig gedoseerde strijkers vervelen daarentegen allerminst. Een redelijk toegankelijk visitekaartje voor het genre, ondertekend met bloed, dat wel.
The Hype – Have You Heard The Hype?
De Haarlemse band The Hype doet wat te weinig zichzelf respecterende bands en artiesten vandaag de dag doen: ze zijn eerlijk over het feit dat ze van muziek houden en dat uiten door schaamteloos luchtige pop te maken die vooral goed mee te zingen moet zijn. De popmuziek hoeft helemaal niet als mainstream te worden afgedaan, maar is een genre dat net zo moeilijk is te beoefenen als alle andere en net zo goed kan raken. Op de manier waarop de heren van The Hype het doen is het echter allemaal niet zo moeilijk: de liedjes zijn inderdaad tot meezingen uitnodigend, maar de vrolijke, steeds op dezelfde manier opgebouwde niemendalletjes missen diepgang en eigenheid. Het is daarentegen respectabel dat vrijwel alle nummers enorm catchy zijn, maar zo veel refrein is wel de weg van de minste weerstand. De voor jongvolwassenen herkenbare teksten worden goed gezongen door Yorick van Norden, jammer is wel het enorme gebrek aan ballads op de plaat; de twee die erop staan maken duidelijk hoe goed ze daarin uit de verf komen. The Hype moet nog groeien en een eigen geluid ontwikkelen, maar uit dit alleraardigste debuut wordt één ding duidelijk: de potentie is er.
Over Musicmaker
Musicmaker is al meer dan dertig jaar hét allround vakblad voor muzikanten, bands en aanverwanten. Voor een blad over zoiets dynamisch als popmuziek is dat behoorlijk bijzonder. En Musicmaker ís behoorlijk bijzonder.
Wij richten ons niet op één instrument of muziekstijl want wij denken dat jij als muzikant graag verder kijkt dan je neus lang is. Dus lees je over je eigen instrument, maar ook over andere, volg je wat je favoriete bands doen, maar wil je ook weten hoe mindere artiesten het aanpakken. En ben je benieuwd naar de zakelijke kant van popmuziek, achtergrondverhalen en ongezouten meningen. Want laten we eerlijk wezen: uiteindelijk worden we allemaal gedreven door dezelfde passie voor muziek.
De ene recensent vindt een bepaalde plaat ge-wel-dig, terwijl de andere er hooguit de poot van zijn wiebelende tafel mee wil ondersteunen. Daarom riep Musicmaker de Schijf Van Vijf in het leven: een vakrecensent en iemand 'uit het veld' geven onafhankelijk hun mening over vijf nieuwe albums. Deze maand bespreken Leon van Wijk, muziekredacteur bij Studenten.net en redacteur bij Medium, een magazine over communicatiewetenschap en Wouter de Boer, eindredacteur bij KindaMuzik, schrijver van concertaankondigingen voor het Groningse poppodium Vera en concertprogrammeur de nieuwe releases van De Dijk, Nobody Beats The Drum, The Devil's Blood, The Hype en Spinvis. (Bron: Musicmaker)
Musicmaker ligt nu in de winkel; de PDF-bestanden van de rubriek kunnen hier worden bekeken:
Pagina 1 en Pagina 2.
Recensies
Nobody Beats The Drum – Currents
Het lijkt alsof er een einde is gekomen aan het Britste monopolie op het maken van goede elektro; het Nederlandse Nobody Beats The Drum doet niet onder voor de huidige Britse elektronicageneratie en is misschien zelfs origineler. Hoewel het makkelijk zou zijn om de Engelse werkwijze te kopiëren en op zeker te spelen, is van de overgeproduceerdheid die Britse elektro vaak kenmerkt, op dit album zeker geen sprake. De ruwe randjes zijn op Currents niet weg gepolijst, wat resulteert in een alles behalve voorspelbare plaat. Hoewel alle tracks even dansbaar zijn en rauw in het gehoor liggen, eindigen sommige van de nummers lang niet zo sterk als ze beginnen doordat de aanvankelijk geïntroduceerde melodieën niet overal even sterk worden uitgebouwd. Dat wordt echter goedgemaakt door het treffende oor voor detail dat, geuit in de vorm van verrassende geluidseffecten, dit album zo prettig gestoord laat klinken. Niet zo commercieel, maar voor zowel Nederlandse als internationale begrippen een hele fijne plaat.
De Dijk – Scherp De Zeis
Opgericht in 1981 is De Dijk een oude rot in het Nederlandstalige vak. Na een samenwerking met Solomon Burke (een project dat de band door Burke’s plotselinge overlijden niet in de koude kleren is gaan zitten) is het nu tijd voor het negentiende studioalbum. Op Scherp De Zeis, een cultureel statement dat volgens frontman Huub van der Lubbe verwijst naar de steeds harde wordende samenleving, klinkt de band volgens het persbericht ‘op haar best’ en ‘soulvoller en intenser dan ooit’. Hoewel de spijker hier en daar inderdaad treffend op zijn kop wordt geslagen door de interessante paradoxen en beeldspraken die het melancholische aan dit album nog wat extra kracht mee geven, overtuigt de plaat niet overal. De alom verafgode Van der Lubbe draagt de chansons met karakter, maar de teksten verdienen over het algemeen geen diepzinnigheidsprijs en de instrumentalen zijn slechts in enkele nummers van een kwaliteit die van De Dijk verwacht mag worden. Vernieuwend is de plaat niet, maar De Dijk blijft daarmee wel trouw aan zijn roots. Wie van een band van formaat ook een album van formaat verwachtte, wordt licht teleurgesteld, maar de fans zullen er niet minder hard om meezingen.
Spinvis – tot ziens, Justine Keller
Wie denkt dat poëzie en muziek twee onverenigbare takken van kunst zijn, moet na het beluisteren van deze plaat zijn ongelijk toegeven. Hoewel Spinvis nauwelijks daadwerkelijk rijmt, legt hij wel een treffend woordgebruik aan de dag dat dit album tot de verbeelding doet spreken. Op klein gehouden muziek met subtiele elektronische elementen is de ene zinsnede oppervlakkig, herkenbaar en gedetailleerd specifiek, terwijl de volgende zinsnede door vileine beeldspraak toch weer diepgaand en universeel is. De soms ietwat dubbelzinnige, van intelligentie getuigende passages gaan met name opvallen na meerdere luisterbeurten. Hoewel de verhalende praatzang van Erik de Jong lang niet briljant is, past die prima bij het genre: schijnbaar ongecompliceerd, maar wel degelijk vrij moeilijk om overtuigend uit te voeren. Spinvis kleurt op deze plaat voortdurend netjes binnen de lijnen en een volgend album zou nog interessanter zijn als er vocaal of muzikaal eens grenzen worden overschreden; iets meer kracht of bombast is namelijk wel welkom. Voor liefhebbers een vermakelijke plaat.
The Devil’s Blood – The Thousandfold Epicentre
Voor liefhebbers van het occulte is er eigenlijk maar één medium dat de emoties echt kan dragen en uitdrukken: de muziek. Het fijne aan The Devil's Blood is dat er in hun weliswaar zeker niet licht verteerbare nummers nog wel echt gezóngen wordt en het grote geluid dat daardoor wordt gecreëerd doet makkelijk vergeten dat we hier met een Nederlandse formatie te maken hebben. Een verrassing of enorme verbetering is het album vergeleken met hun eerdere werk niet, maar aangezien dat in dit geval betekent dat het de band wederom is gelukt om een authentiek vet, maar vooral tijdloos album af te leveren dat alleen een tikje melancholischer is dan zijn voorganger, is dat helemaal niet zo erg. Hoewel de stem van The Mouth of Satan vrijwel alle toonhoogtes makkelijk aankan, kennen we aan het einde van de plaat alle kunstjes wel en begint haar jankende stemgeluid op zijn minst te vervelen. De gierende gitaren en de (helaas net iets te) zorgvuldig gedoseerde strijkers vervelen daarentegen allerminst. Een redelijk toegankelijk visitekaartje voor het genre, ondertekend met bloed, dat wel.
The Hype – Have You Heard The Hype?
De Haarlemse band The Hype doet wat te weinig zichzelf respecterende bands en artiesten vandaag de dag doen: ze zijn eerlijk over het feit dat ze van muziek houden en dat uiten door schaamteloos luchtige pop te maken die vooral goed mee te zingen moet zijn. De popmuziek hoeft helemaal niet als mainstream te worden afgedaan, maar is een genre dat net zo moeilijk is te beoefenen als alle andere en net zo goed kan raken. Op de manier waarop de heren van The Hype het doen is het echter allemaal niet zo moeilijk: de liedjes zijn inderdaad tot meezingen uitnodigend, maar de vrolijke, steeds op dezelfde manier opgebouwde niemendalletjes missen diepgang en eigenheid. Het is daarentegen respectabel dat vrijwel alle nummers enorm catchy zijn, maar zo veel refrein is wel de weg van de minste weerstand. De voor jongvolwassenen herkenbare teksten worden goed gezongen door Yorick van Norden, jammer is wel het enorme gebrek aan ballads op de plaat; de twee die erop staan maken duidelijk hoe goed ze daarin uit de verf komen. The Hype moet nog groeien en een eigen geluid ontwikkelen, maar uit dit alleraardigste debuut wordt één ding duidelijk: de potentie is er.
Over Musicmaker
Musicmaker is al meer dan dertig jaar hét allround vakblad voor muzikanten, bands en aanverwanten. Voor een blad over zoiets dynamisch als popmuziek is dat behoorlijk bijzonder. En Musicmaker ís behoorlijk bijzonder.
Wij richten ons niet op één instrument of muziekstijl want wij denken dat jij als muzikant graag verder kijkt dan je neus lang is. Dus lees je over je eigen instrument, maar ook over andere, volg je wat je favoriete bands doen, maar wil je ook weten hoe mindere artiesten het aanpakken. En ben je benieuwd naar de zakelijke kant van popmuziek, achtergrondverhalen en ongezouten meningen. Want laten we eerlijk wezen: uiteindelijk worden we allemaal gedreven door dezelfde passie voor muziek.
Labels:
De Dijk,
Musicmaker,
Muziek,
muzikanten,
muzikantenvakblad,
Nobody Beats The Drum,
recensent,
Recensie,
schijf van vijf,
Spinvis,
Studenten.net,
The Devil's Blood,
The Hype
vrijdag 4 november 2011
Recensie: Kelly Clarkson - Stronger
In 2002 wint Kelly Clarkson de allereerste editie van American Idol en bijna tien jaar later is het tijd voor haar vijfde studioalbum 'Stronger'. Laat Clarkson de huidige generatie talentenjachtdeelnemers horen hoe het moet of heeft ze zelf ook nog wat te leren?
Kelly Clarkson behoort tot het handjevol aan talentenjachtsgeluksbeproevers die een duurzame, internationale carrière aan hun deelname hebben te danken. Hoewel de albums van Clarkson door de jaren heen minder zijn gaan verkopen, wordt ze door talentenjachtgoeroe Simon Cowell in 2009 de beste winnaar van American Idol tot dan toe genoemd. Met twee Grammy Awards op zak en meer dan twaalf miljoen verkochte albums vindt Kelly het tijd om van haar label het vertrouwen te krijgen zelf te bepalen welke richting ze met haar muziek op gaat. Dat Kelly helemaal niet zo goed weet waar haar kwaliteiten liggen, blijkt bij het luisteren echter al snel.
De gehele recensie is gepubliceerd op Studenten.net http://tinyurl.com/6x8tyd6
Kelly Clarkson behoort tot het handjevol aan talentenjachtsgeluksbeproevers die een duurzame, internationale carrière aan hun deelname hebben te danken. Hoewel de albums van Clarkson door de jaren heen minder zijn gaan verkopen, wordt ze door talentenjachtgoeroe Simon Cowell in 2009 de beste winnaar van American Idol tot dan toe genoemd. Met twee Grammy Awards op zak en meer dan twaalf miljoen verkochte albums vindt Kelly het tijd om van haar label het vertrouwen te krijgen zelf te bepalen welke richting ze met haar muziek op gaat. Dat Kelly helemaal niet zo goed weet waar haar kwaliteiten liggen, blijkt bij het luisteren echter al snel.
De gehele recensie is gepubliceerd op Studenten.net http://tinyurl.com/6x8tyd6
Moeilijkewoordjes.nl: Bepotelen
In Law and Order: Special Victims Unit wordt de zus van een verdachte gevraagd naar meer informatie over haar broer. Zij, een mimespeelster, zegt hierop dat ze geen idee heeft welke vrouw hij nu weer aan het ‘bepotelen’ is. Welke vrouw hij aan het wát is? De uitleg die zegt dat hij die vrouw aan het beduimelen of bevingeren is, schept ook al geen duidelijkheid. Wat betekenen deze woorden?
Het volledige blog is gepubliceerd op Moeilijkewoordjes.nl en kan hier worden gelezen: http://tinyurl.com/3zlbcge
Het volledige blog is gepubliceerd op Moeilijkewoordjes.nl en kan hier worden gelezen: http://tinyurl.com/3zlbcge
maandag 31 oktober 2011
De Crisis: De Affaire Stapel
Verzonnen onderzoeksresultaten duperen niet alleen ontslagen hoogleraar
Artikel gepubliceerd in de vijfentwintigjarige jubileumeditie van 'Medium' Magazine, november 2011. Download dit artikel hier in PDF.
De rubriek ‘De Crisis’ gaat over bedrijven en/of overheden die zich door slechte communicatie of zelfs helemaal geen communicatie in de problemen brengen. Dit resulteert vaak in ontevreden consumenten, werknemers of andere belanghebbenden.
Eind augustus 2011 is prof. dr. Diederik Stapel vijf jaar verbonden aan de Universiteit van Tilburg als hoogleraar cognitieve sociale psychologie en op dat moment staat hij bekend als gezaghebbende in binnen- en buitenland. In dezelfde periode haalt een spraakmakend onderzoek van Stapel en zijn collega´s verschillende media: het eten van vlees zou mensen egoïstischer en minder sociaal maken. Televisiepresentator Menno Bentveld besteedt in De Gids (VARA) aandacht aan het onderzoek en verklaart achteraf tegenover de Volkskrant dat hij het onderzoek ‘opvallend’ en ‘vreemd’ vindt, maar dat er in de gedragswetenschap wel vaker onverwachte resultaten worden gevonden. “Als een hoogleraar er heel stellig in is dat het onderzoek methodologisch goed in elkaar zit, ga ik daar maar op af.” Op 7 september 2011 blijkt het vertrouwen in Diederik Stapel desalniettemin ongegrond: hij geeft toe fraude te hebben gepleegd.
Zodra de Universiteit van Tilburg hier lucht van krijgt, wordt professor Stapel op non-actief gesteld. Direct nadat de verdenkingen van collega´s de rector magnificus (directeur, red.) Philip Eijlander hebben bereikt, stelt een speciale commissie van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen een onderzoek in om na te gaan in welke publicaties van Stapel gefingeerde data zijn gebruikt. Elsevier meldt op 7 september dat Eijlander enkele dagen eerder al heeft aangegeven dat hoogleraar Stapel definitief niet zal terugkeren naar de universiteit. Ook een vertrekregeling gaat aan de neus van Stapel voorbij. Eijlander benadrukt wel dat hij zich er terdege van bewust is dat de universiteit schade kan oplopen als de aantijgingen ongegrond zullen blijken. Wanneer het verhaal de media haalt, blijkt dat de fraude niet alleen voor Diederik Stapel zelf verregaande gevolgen heeft. Ook de wetenschap en Nederlandse journalisten moeten het in de media ontgelden. Medium sprak met twee deskundigen die hun licht laten schijnen op de vraag welke gevolgen merkbaar zullen zijn en vooral voor wie.
Iris Dijkstra is wetenschapsjournaliste, gepromoveerd psychologe en docente Wetenschapsjournalistiek aan de Vrije Universiteit.
Wim Elving is hoogleraar Corporate Communicatie aan de Universiteit van Amsterdam en hoofdredacteur van het internationale journal Corporate Communications.
De naam die bij deze crisis aanvankelijk het meest wordt genoemd is die van Diederik Stapel. Kan hij zijn wetenschappelijke carrière vaarwel zeggen?
ID: “Ik denk dat zijn carrière wel over is. Daar kan hij niks meer aan doen. Het verzinnen van onderzoeksgegevens is een doodzonde. Hij is daardoor niet geloofwaardig meer en universiteiten zullen hem ook niet meer willen aannemen. Hoewel de omvang van het schandaal nog duidelijk moet worden, heeft hij bekend dat hij fraude heeft gepleegd. Dan vind ik het terecht dat zijn carrière voorbij is; fraude is nooit goed te praten.”
WE: “Als de commissie tot de conclusie komt dat Stapel onderzoeksgegevens heeft verzonnen, is ontslag terecht en zou hij niet meer in de wetenschap mogen werken. Ethisch handelen is in vele beroepen belangrijk, maar zeker binnen de academische wereld. Met onderzoek proberen we een stukje van de wereld te verklaren en deze kleine stukjes zorgen er gezamenlijk voor dat we iets meer begrijpen van, in dit geval, menselijk gedrag. Daarbij gaan we er van uit dat de kleine stukjes op gedegen onderzoek berusten. Willens en wetens deze ethische regels overtreden staat gelijk aan ‘einde carrière’. Ik heb het vermoeden dat dit niet een eenmalig optreden van Stapel is geweest. Ik vind het vreemd dat een briljante hoogleraar dit nodig denkt te hebben. Hier moet sprake zijn van een pathologisch patroon dat al veel langer duurt. Dan moeten vele Nederlandse wetenschappers die co-auteur zijn geweest van Stapel, zich gaan afvragen of de onderzoeken wel deugden.”
Rondom de publicatie van het ‘vleesonderzoek’ is het mede-onderzoeker Roos Vonk die de integriteit van het onderzoek vurig verdedigt. Zij en de andere mede-onderzoeker waren zich van geen kwaad bewust. Hebben de collega´s van Stapel iets te vrezen?
WE: “Vonk begaat de fout in de pers te hard van alles te roepen. Ze had het vleesonderzoek eigenlijk niet via een persbericht moeten communiceren. Ze was heel fel in haar reacties op mensen die kritiek hadden op de methode en de analyses. Dat ze vervolgens twee weken later moet toegeven dat ‘haar goede vriend’ Diederik de gegevens uit zijn duim heeft gezogen, is heel vervelend voor haar, maar dat heeft ze ook over zichzelf afgeroepen. Met haar mediaoptredens gooit ze haar eigen ruiten in. Ze is zo sterk overtuigd van haar eigen gelijk wat betreft vlees eten, dat ze de resultaten helemaal naar haar eigen standpunt vertaalt. Ik ken Roos Vonk persoonlijk en wil haar adviseren in de toekomst alleen onderzoek te doen waar ze zelf niet zo bij is betrokken. Haar betrokkenheid als oud-voorzitter van Wakker Dier gaat tegenwerken. Ze heeft niet de onafhankelijke positie die wetenschappers horen te hebben. Zo zien we maar weer dat Communicatie ook een echt vak is. Crisiscommunicatie en hoe je moet optreden in de media zijn expertises die Vonk zich nog eigen moet maken.”
ID: “De vraag is hoe waardevrij het onderzoek van Vonk eigenlijk is. Zet ze niet slechts dingen op de agenda? Er is in dat kader waarschijnlijk sprake van belangenverstrengeling. Als je bij onderzoeken spreekt in termen van teleurstellingen, ben je niet goed bezig en kun je beter ander onderzoek gaan doen. Dan heb je niet de neiging iets weg te moffelen als het in strijd is met je eigen overtuigingen. Daarbij hoeft trouwens geen opzet in het spel te zijn bij Vonk. Er kan langzaam een bepaalde blindheid bij haar zijn ontstaan, een tunnelvisie die maakt dat ze haar eigen emotionele betrokkenheid niet meer opmerkt. Er is nu ook een onderzoek naar Vonk gaande. Het gaat niet alleen om de fraude; ook bij het naar buiten brengen van het onderzoek zijn joekels van fouten gemaakt. Normaal gesproken wordt zo´n persbericht naar buiten gebracht nadat een artikel is gepubliceerd, nu gebeurde het zonder dat er iets op papier stond. Vonk wordt met name afgestraft voor de arrogantie waarmee ze degenen benaderde die het durfden om kritische vragen te stellen. Ik moet echter wel opmerken dat wanneer iemand met gefingeerde data komt en dat doet op een sluwe manier, het niet altijd mogelijk is dat te doorgronden. Maar het is een harde les. Wetenschappers vragen zich nu af in welke publicaties zij eigenlijk als co-auteur genoemd worden. De oplossing is om in elke publicatie duidelijk aan te geven wie waarvoor verantwoordelijk is. Dan maak je een einde aan de grote verleiding om genoemd te worden, aan het meeliften op publicaties van een ander. Dat nu vaak niet duidelijk is wie voor welk onderdeel verantwoordelijk is, vertroebelt de openheid.”
Wetenschapsjournalist Arno van ’t Hoog stelt op 14 september op weblog De Nieuwe Reporter dat ‘de wetenschap’ door de affaire ‘meer argwaan verdient’ en dat ‘niet alles wat hoogleraren beweren wetenschap is’. Wat betekent de fopwetenschap van Stapel voor diegenen die nu onderzoek doen en willen publiceren?
WE: “Binnen Nederland zal de publieke opinie vraagtekens zetten bij de presentatie van een onderzoek. Als wetenschapper kun je alleen maar doorgaan, maar je moet je er van bewust zijn dat de buitenwereld argwanender is geworden.”
ID: “Er is natuurlijk een enorme discussie op gang gekomen. Misschien is de wetenschap wel het laatste bolwerk dat geslecht moet worden. In elke bedrijfstak vind je rotte appels met lak aan ethische waarden. Wetenschappers zijn geen heiligen. Velen doen het goed, maar de wetenschap is een bedrijf waar ook fouten worden gemaakt. Ik vind het goed dat er nu wordt gekeken naar de vraag wat er fout kan gaan op allerlei niveaus en in allerlei stadia van het onderzoek. Heel goed dat die discussie losbarst, ook al zorgt die op dit moment wel voor een lager aanzien van de wetenschap. Misschien is dat echter iets tijdelijks. Één fout mag er niet voor zorgen dat het hele vertrouwen weg is. Ik ben ervan overtuigd dat deze affaire de wetenschap uiteindelijk ten goede komt, als er échte maatregelen worden getroffen, zoals meer peer reviews (controle door collega´s, red.). Er is misschien even een dip in het vertrouwen, maar als de wetenschap leert van deze zaak, gaat die er uiteindelijk op vooruit.”
Bij het ontslaan van Stapel is directeur Philip Eijlander zich ervan bewust dat de universiteit schade kan oplopen. Welke schade kan de Universiteit van Tilburg oplopen (of heeft die al opgelopen) en wat kan ze daaraan doen?
ID: “Dat is imagoschade. Ik merk nu al op Twitter dat mensen lacherig doen over psychologen en al helemaal over sociaal-psychologen en de Universiteiten van Tilburg en Nijmegen (waar Roos Vonk hoogleraar is, red.). Ik vind het echter heel goed dat de Universiteit van Tilburg niet over één nacht ijs is gegaan; er zijn eerst drie diepgaande gesprekken gevoerd. Ze hebben juist gehandeld en Stapel vecht zijn ontslag niet aan. Ik acht de kans klein dat de universiteit hier dus echt een misser heeft begaan; ontslag is de enige juiste straf.”
WE: “De Universiteit Tilburg heeft het enige juiste gedaan. Ik denk dat de universiteit al schade heeft opgelopen, want er zijn promovendi die op de gefingeerde data van Stapel een promotieonderzoek afronden. Maar er zit bij velen wel enige naïviteit. Het is toch niet normaal dat de professor data gaat verzamelen voor de promovendus? Verder denk ik dat met name de sociale psychologie in Nederland schade zal ondervinden: Stapel was hun boegbeeld. Omdat Stapel zo veel heeft gepubliceerd met vele collega’s, zal de verdenking op het gros van deze publicaties rusten. Het gaat jaren duren voordat men hierover heen is.”
De media zijn ‘erin getrapt’, blogt Jacco Hupkens op 14 september op nrcnext.nl. Wetenschapsjournalist Arno van ’t Hoog stelt op dezelfde dag op De Nieuwe Reporter dat ‘media hun professionele verantwoordelijkheid laten liggen’. Verschillende media hebben het vleesonderzoek gebracht als nieuws, zonder zeker te weten of het wel deugdelijk was. Welke gevolgen heeft deze crisis voor de (betrokken) media?
ID: “Die mogen het zich ook erg aantrekken. Veel media hebben het persbericht over het onderzoek klakkeloos overgenomen zonder vragen te stellen. Daarom treft de persafdeling ook blaam, die heeft het persbericht naar buiten gebracht zonder dat er een deugdelijk artikel is dat het onderbouwt. Journalisten kunnen wel een opfriscursus gebruiken om te leren hoe ze moeten omgaan met dubieuze persberichten. Meer argwaan is zeker op zijn plaats. Als de huidige generatie journalisten daarnaast goed werk wil gaan of blijven leveren, moet die meer kennis vergaren over methoden en statistiek. De doorsnee journalist is zich daar totaal niet van bewust. Ze moeten leren hoe ze de claims van de wetenschap moeten doorgronden. Ze vertrouwen nu nog te vaak op de blauwe ogen van de onderzoeker of universiteit. Ik zou een kritische houding zeer toejuichen. Ik wil benadrukken dat het niet alleen journalisten aan te rekenen is. Die werken onder enorme tijdsdruk, waardoor ze minder tijd hebben om dingen grondig na te gaan. Het is dus ook een geldkwestie, een kwestie van hoeveel mensen er aan één onderwerp kunnen werken. Journalisten moeten zich dat ook realiseren. Als ze steeds onvoldoende tijd krijgen om iets tot op de bodem uit te zoeken, moeten ze hun morele waarden in acht nemen en iets anders gaan doen.”
WE: “Bekend is dat journalisten niet veel van onderzoek weten en vaak klakkeloos iets overnemen. Als journalisten meer verstand van onderzoek zouden hebben, zou nog niet de helft de krant halen. Journalisten moeten kritischer worden op wat ze plaatsen. Begin met het bepalen wat de onderzoeksvraag en -methode waren, is het logisch om bijvoorbeeld op een groep van honderd respondenten sterke uitspraken te doen? Journalisten hadden kritischere vragen moeten stellen bij de methode van het vleesonderzoek. Als ze daarnaast even op Google hadden gezocht, wisten ze dat Vonk oud- voorzitter is van Wakker Dier; over onafhankelijk onderzoek gesproken.”
Diederik Stapel verzon onderzoeksresultaten. Roos Vonk en collega vertrouwden blindelings op Stapel en verdedigden hem aanvankelijk in de media. Die media brachten het onderzoek argeloos in het nieuws. De Universiteit van Tilburg vreest de gevolgen van de affaire. Welke partij moet de meeste lering trekken uit deze zaak en wat moet die leren?
WE: “Ik ben bang dat het voor Stapel te laat is. Vonk is vreselijk naïef geweest, zowel door dit onderzoek voor waar aan te nemen als door haar eigen positie te ondermijnen met haar mediaoptredens. Ik denk dat de wetenschap zelf het meeste lering kan trekken uit deze affaire. Individuele wetenschappers doen hun eigen onderzoek en publiceren dat terwijl niemand de ruwe data kent. Ik denk dat we binnen universiteiten meer moeten letten op wat we doen. Het halen van toppublicaties is zo belangrijk geworden voor de individuele loopbanen van wetenschappers dat de kans op fraude alleen maar toeneemt. De universiteiten willen dat al hun wetenschappers in de toptijdschriften publiceren, die druk is enorm. Dat kan wel eens ten koste gaan van het zorgvuldige karakter dat de wetenschap eigen is. Universiteiten, afdelingen en vakgroepen zullen meer checks moeten invoeren om zeker te weten dat die toppublicaties berusten op echt, academisch onderzoek en niet op gefingeerde data.”
ID: “Wetenschappers moeten kritisch naar zichzelf kijken, zich afvragen of zij verblind zijn door hun eigen belangen. Ook de media moeten het zich aantrekken. Deze zaak was nooit zo groot geworden als het persbericht niet was opgepikt. Ook de communicatieafdeling van de Universiteit van Nijmegen treft dus blaam. Iedereen wil scoren, op alle niveaus. Onderzoekers willen graag in de media komen zodat ze bijvoorbeeld subsidies krijgen voor toekomstig onderzoek. Ook de universiteit wil aanzien verkrijgen door het publiceren van een spraakmakend persbericht. Journalisten scoren graag met smeuïge nieuwtjes. We moeten van die scoringsdrift af. We moeten minder 'hyperig' zijn, minder belust op de waan van de dag. Dat komt het onderzoek en de journalistiek ten goede. Ik denk dat die scoringsdrift een algemene kwaal van de tijdsgeest is, waar we allemaal vanaf moeten. Ik hoop dat er echt iets gaat veranderen. Om me heen merk ik al dat sociaal-psychologen het zich erg aantrekken, die willen echt dingen veranderen. Het treft echter niet alleen hen. Die scoringsdrift hoort bij alle wetenschappen.”
© 2011 Leon van Wijk/'Medium' Magazine – Niets uit deze publicatie mag worden overgenomen zonder toestemming van de auteur.
Artikel gepubliceerd in de vijfentwintigjarige jubileumeditie van 'Medium' Magazine, november 2011. Download dit artikel hier in PDF.
De rubriek ‘De Crisis’ gaat over bedrijven en/of overheden die zich door slechte communicatie of zelfs helemaal geen communicatie in de problemen brengen. Dit resulteert vaak in ontevreden consumenten, werknemers of andere belanghebbenden.
Eind augustus 2011 is prof. dr. Diederik Stapel vijf jaar verbonden aan de Universiteit van Tilburg als hoogleraar cognitieve sociale psychologie en op dat moment staat hij bekend als gezaghebbende in binnen- en buitenland. In dezelfde periode haalt een spraakmakend onderzoek van Stapel en zijn collega´s verschillende media: het eten van vlees zou mensen egoïstischer en minder sociaal maken. Televisiepresentator Menno Bentveld besteedt in De Gids (VARA) aandacht aan het onderzoek en verklaart achteraf tegenover de Volkskrant dat hij het onderzoek ‘opvallend’ en ‘vreemd’ vindt, maar dat er in de gedragswetenschap wel vaker onverwachte resultaten worden gevonden. “Als een hoogleraar er heel stellig in is dat het onderzoek methodologisch goed in elkaar zit, ga ik daar maar op af.” Op 7 september 2011 blijkt het vertrouwen in Diederik Stapel desalniettemin ongegrond: hij geeft toe fraude te hebben gepleegd.
Zodra de Universiteit van Tilburg hier lucht van krijgt, wordt professor Stapel op non-actief gesteld. Direct nadat de verdenkingen van collega´s de rector magnificus (directeur, red.) Philip Eijlander hebben bereikt, stelt een speciale commissie van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen een onderzoek in om na te gaan in welke publicaties van Stapel gefingeerde data zijn gebruikt. Elsevier meldt op 7 september dat Eijlander enkele dagen eerder al heeft aangegeven dat hoogleraar Stapel definitief niet zal terugkeren naar de universiteit. Ook een vertrekregeling gaat aan de neus van Stapel voorbij. Eijlander benadrukt wel dat hij zich er terdege van bewust is dat de universiteit schade kan oplopen als de aantijgingen ongegrond zullen blijken. Wanneer het verhaal de media haalt, blijkt dat de fraude niet alleen voor Diederik Stapel zelf verregaande gevolgen heeft. Ook de wetenschap en Nederlandse journalisten moeten het in de media ontgelden. Medium sprak met twee deskundigen die hun licht laten schijnen op de vraag welke gevolgen merkbaar zullen zijn en vooral voor wie.
Iris Dijkstra is wetenschapsjournaliste, gepromoveerd psychologe en docente Wetenschapsjournalistiek aan de Vrije Universiteit.
Wim Elving is hoogleraar Corporate Communicatie aan de Universiteit van Amsterdam en hoofdredacteur van het internationale journal Corporate Communications.
De naam die bij deze crisis aanvankelijk het meest wordt genoemd is die van Diederik Stapel. Kan hij zijn wetenschappelijke carrière vaarwel zeggen?
ID: “Ik denk dat zijn carrière wel over is. Daar kan hij niks meer aan doen. Het verzinnen van onderzoeksgegevens is een doodzonde. Hij is daardoor niet geloofwaardig meer en universiteiten zullen hem ook niet meer willen aannemen. Hoewel de omvang van het schandaal nog duidelijk moet worden, heeft hij bekend dat hij fraude heeft gepleegd. Dan vind ik het terecht dat zijn carrière voorbij is; fraude is nooit goed te praten.”
WE: “Als de commissie tot de conclusie komt dat Stapel onderzoeksgegevens heeft verzonnen, is ontslag terecht en zou hij niet meer in de wetenschap mogen werken. Ethisch handelen is in vele beroepen belangrijk, maar zeker binnen de academische wereld. Met onderzoek proberen we een stukje van de wereld te verklaren en deze kleine stukjes zorgen er gezamenlijk voor dat we iets meer begrijpen van, in dit geval, menselijk gedrag. Daarbij gaan we er van uit dat de kleine stukjes op gedegen onderzoek berusten. Willens en wetens deze ethische regels overtreden staat gelijk aan ‘einde carrière’. Ik heb het vermoeden dat dit niet een eenmalig optreden van Stapel is geweest. Ik vind het vreemd dat een briljante hoogleraar dit nodig denkt te hebben. Hier moet sprake zijn van een pathologisch patroon dat al veel langer duurt. Dan moeten vele Nederlandse wetenschappers die co-auteur zijn geweest van Stapel, zich gaan afvragen of de onderzoeken wel deugden.”
Rondom de publicatie van het ‘vleesonderzoek’ is het mede-onderzoeker Roos Vonk die de integriteit van het onderzoek vurig verdedigt. Zij en de andere mede-onderzoeker waren zich van geen kwaad bewust. Hebben de collega´s van Stapel iets te vrezen?
WE: “Vonk begaat de fout in de pers te hard van alles te roepen. Ze had het vleesonderzoek eigenlijk niet via een persbericht moeten communiceren. Ze was heel fel in haar reacties op mensen die kritiek hadden op de methode en de analyses. Dat ze vervolgens twee weken later moet toegeven dat ‘haar goede vriend’ Diederik de gegevens uit zijn duim heeft gezogen, is heel vervelend voor haar, maar dat heeft ze ook over zichzelf afgeroepen. Met haar mediaoptredens gooit ze haar eigen ruiten in. Ze is zo sterk overtuigd van haar eigen gelijk wat betreft vlees eten, dat ze de resultaten helemaal naar haar eigen standpunt vertaalt. Ik ken Roos Vonk persoonlijk en wil haar adviseren in de toekomst alleen onderzoek te doen waar ze zelf niet zo bij is betrokken. Haar betrokkenheid als oud-voorzitter van Wakker Dier gaat tegenwerken. Ze heeft niet de onafhankelijke positie die wetenschappers horen te hebben. Zo zien we maar weer dat Communicatie ook een echt vak is. Crisiscommunicatie en hoe je moet optreden in de media zijn expertises die Vonk zich nog eigen moet maken.”
ID: “De vraag is hoe waardevrij het onderzoek van Vonk eigenlijk is. Zet ze niet slechts dingen op de agenda? Er is in dat kader waarschijnlijk sprake van belangenverstrengeling. Als je bij onderzoeken spreekt in termen van teleurstellingen, ben je niet goed bezig en kun je beter ander onderzoek gaan doen. Dan heb je niet de neiging iets weg te moffelen als het in strijd is met je eigen overtuigingen. Daarbij hoeft trouwens geen opzet in het spel te zijn bij Vonk. Er kan langzaam een bepaalde blindheid bij haar zijn ontstaan, een tunnelvisie die maakt dat ze haar eigen emotionele betrokkenheid niet meer opmerkt. Er is nu ook een onderzoek naar Vonk gaande. Het gaat niet alleen om de fraude; ook bij het naar buiten brengen van het onderzoek zijn joekels van fouten gemaakt. Normaal gesproken wordt zo´n persbericht naar buiten gebracht nadat een artikel is gepubliceerd, nu gebeurde het zonder dat er iets op papier stond. Vonk wordt met name afgestraft voor de arrogantie waarmee ze degenen benaderde die het durfden om kritische vragen te stellen. Ik moet echter wel opmerken dat wanneer iemand met gefingeerde data komt en dat doet op een sluwe manier, het niet altijd mogelijk is dat te doorgronden. Maar het is een harde les. Wetenschappers vragen zich nu af in welke publicaties zij eigenlijk als co-auteur genoemd worden. De oplossing is om in elke publicatie duidelijk aan te geven wie waarvoor verantwoordelijk is. Dan maak je een einde aan de grote verleiding om genoemd te worden, aan het meeliften op publicaties van een ander. Dat nu vaak niet duidelijk is wie voor welk onderdeel verantwoordelijk is, vertroebelt de openheid.”
Wetenschapsjournalist Arno van ’t Hoog stelt op 14 september op weblog De Nieuwe Reporter dat ‘de wetenschap’ door de affaire ‘meer argwaan verdient’ en dat ‘niet alles wat hoogleraren beweren wetenschap is’. Wat betekent de fopwetenschap van Stapel voor diegenen die nu onderzoek doen en willen publiceren?
WE: “Binnen Nederland zal de publieke opinie vraagtekens zetten bij de presentatie van een onderzoek. Als wetenschapper kun je alleen maar doorgaan, maar je moet je er van bewust zijn dat de buitenwereld argwanender is geworden.”
ID: “Er is natuurlijk een enorme discussie op gang gekomen. Misschien is de wetenschap wel het laatste bolwerk dat geslecht moet worden. In elke bedrijfstak vind je rotte appels met lak aan ethische waarden. Wetenschappers zijn geen heiligen. Velen doen het goed, maar de wetenschap is een bedrijf waar ook fouten worden gemaakt. Ik vind het goed dat er nu wordt gekeken naar de vraag wat er fout kan gaan op allerlei niveaus en in allerlei stadia van het onderzoek. Heel goed dat die discussie losbarst, ook al zorgt die op dit moment wel voor een lager aanzien van de wetenschap. Misschien is dat echter iets tijdelijks. Één fout mag er niet voor zorgen dat het hele vertrouwen weg is. Ik ben ervan overtuigd dat deze affaire de wetenschap uiteindelijk ten goede komt, als er échte maatregelen worden getroffen, zoals meer peer reviews (controle door collega´s, red.). Er is misschien even een dip in het vertrouwen, maar als de wetenschap leert van deze zaak, gaat die er uiteindelijk op vooruit.”
Bij het ontslaan van Stapel is directeur Philip Eijlander zich ervan bewust dat de universiteit schade kan oplopen. Welke schade kan de Universiteit van Tilburg oplopen (of heeft die al opgelopen) en wat kan ze daaraan doen?
ID: “Dat is imagoschade. Ik merk nu al op Twitter dat mensen lacherig doen over psychologen en al helemaal over sociaal-psychologen en de Universiteiten van Tilburg en Nijmegen (waar Roos Vonk hoogleraar is, red.). Ik vind het echter heel goed dat de Universiteit van Tilburg niet over één nacht ijs is gegaan; er zijn eerst drie diepgaande gesprekken gevoerd. Ze hebben juist gehandeld en Stapel vecht zijn ontslag niet aan. Ik acht de kans klein dat de universiteit hier dus echt een misser heeft begaan; ontslag is de enige juiste straf.”
WE: “De Universiteit Tilburg heeft het enige juiste gedaan. Ik denk dat de universiteit al schade heeft opgelopen, want er zijn promovendi die op de gefingeerde data van Stapel een promotieonderzoek afronden. Maar er zit bij velen wel enige naïviteit. Het is toch niet normaal dat de professor data gaat verzamelen voor de promovendus? Verder denk ik dat met name de sociale psychologie in Nederland schade zal ondervinden: Stapel was hun boegbeeld. Omdat Stapel zo veel heeft gepubliceerd met vele collega’s, zal de verdenking op het gros van deze publicaties rusten. Het gaat jaren duren voordat men hierover heen is.”
De media zijn ‘erin getrapt’, blogt Jacco Hupkens op 14 september op nrcnext.nl. Wetenschapsjournalist Arno van ’t Hoog stelt op dezelfde dag op De Nieuwe Reporter dat ‘media hun professionele verantwoordelijkheid laten liggen’. Verschillende media hebben het vleesonderzoek gebracht als nieuws, zonder zeker te weten of het wel deugdelijk was. Welke gevolgen heeft deze crisis voor de (betrokken) media?
ID: “Die mogen het zich ook erg aantrekken. Veel media hebben het persbericht over het onderzoek klakkeloos overgenomen zonder vragen te stellen. Daarom treft de persafdeling ook blaam, die heeft het persbericht naar buiten gebracht zonder dat er een deugdelijk artikel is dat het onderbouwt. Journalisten kunnen wel een opfriscursus gebruiken om te leren hoe ze moeten omgaan met dubieuze persberichten. Meer argwaan is zeker op zijn plaats. Als de huidige generatie journalisten daarnaast goed werk wil gaan of blijven leveren, moet die meer kennis vergaren over methoden en statistiek. De doorsnee journalist is zich daar totaal niet van bewust. Ze moeten leren hoe ze de claims van de wetenschap moeten doorgronden. Ze vertrouwen nu nog te vaak op de blauwe ogen van de onderzoeker of universiteit. Ik zou een kritische houding zeer toejuichen. Ik wil benadrukken dat het niet alleen journalisten aan te rekenen is. Die werken onder enorme tijdsdruk, waardoor ze minder tijd hebben om dingen grondig na te gaan. Het is dus ook een geldkwestie, een kwestie van hoeveel mensen er aan één onderwerp kunnen werken. Journalisten moeten zich dat ook realiseren. Als ze steeds onvoldoende tijd krijgen om iets tot op de bodem uit te zoeken, moeten ze hun morele waarden in acht nemen en iets anders gaan doen.”
WE: “Bekend is dat journalisten niet veel van onderzoek weten en vaak klakkeloos iets overnemen. Als journalisten meer verstand van onderzoek zouden hebben, zou nog niet de helft de krant halen. Journalisten moeten kritischer worden op wat ze plaatsen. Begin met het bepalen wat de onderzoeksvraag en -methode waren, is het logisch om bijvoorbeeld op een groep van honderd respondenten sterke uitspraken te doen? Journalisten hadden kritischere vragen moeten stellen bij de methode van het vleesonderzoek. Als ze daarnaast even op Google hadden gezocht, wisten ze dat Vonk oud- voorzitter is van Wakker Dier; over onafhankelijk onderzoek gesproken.”
Diederik Stapel verzon onderzoeksresultaten. Roos Vonk en collega vertrouwden blindelings op Stapel en verdedigden hem aanvankelijk in de media. Die media brachten het onderzoek argeloos in het nieuws. De Universiteit van Tilburg vreest de gevolgen van de affaire. Welke partij moet de meeste lering trekken uit deze zaak en wat moet die leren?
WE: “Ik ben bang dat het voor Stapel te laat is. Vonk is vreselijk naïef geweest, zowel door dit onderzoek voor waar aan te nemen als door haar eigen positie te ondermijnen met haar mediaoptredens. Ik denk dat de wetenschap zelf het meeste lering kan trekken uit deze affaire. Individuele wetenschappers doen hun eigen onderzoek en publiceren dat terwijl niemand de ruwe data kent. Ik denk dat we binnen universiteiten meer moeten letten op wat we doen. Het halen van toppublicaties is zo belangrijk geworden voor de individuele loopbanen van wetenschappers dat de kans op fraude alleen maar toeneemt. De universiteiten willen dat al hun wetenschappers in de toptijdschriften publiceren, die druk is enorm. Dat kan wel eens ten koste gaan van het zorgvuldige karakter dat de wetenschap eigen is. Universiteiten, afdelingen en vakgroepen zullen meer checks moeten invoeren om zeker te weten dat die toppublicaties berusten op echt, academisch onderzoek en niet op gefingeerde data.”
ID: “Wetenschappers moeten kritisch naar zichzelf kijken, zich afvragen of zij verblind zijn door hun eigen belangen. Ook de media moeten het zich aantrekken. Deze zaak was nooit zo groot geworden als het persbericht niet was opgepikt. Ook de communicatieafdeling van de Universiteit van Nijmegen treft dus blaam. Iedereen wil scoren, op alle niveaus. Onderzoekers willen graag in de media komen zodat ze bijvoorbeeld subsidies krijgen voor toekomstig onderzoek. Ook de universiteit wil aanzien verkrijgen door het publiceren van een spraakmakend persbericht. Journalisten scoren graag met smeuïge nieuwtjes. We moeten van die scoringsdrift af. We moeten minder 'hyperig' zijn, minder belust op de waan van de dag. Dat komt het onderzoek en de journalistiek ten goede. Ik denk dat die scoringsdrift een algemene kwaal van de tijdsgeest is, waar we allemaal vanaf moeten. Ik hoop dat er echt iets gaat veranderen. Om me heen merk ik al dat sociaal-psychologen het zich erg aantrekken, die willen echt dingen veranderen. Het treft echter niet alleen hen. Die scoringsdrift hoort bij alle wetenschappen.”
© 2011 Leon van Wijk/'Medium' Magazine – Niets uit deze publicatie mag worden overgenomen zonder toestemming van de auteur.
Labels:
communicatie,
Diederik Stapel,
fraude,
Iris Dijkstra,
journalistiek,
Medium Magazine,
Philip Eijlander,
Roos Vonk,
Stapel,
vleesonderzoek,
Vonk,
wetenschap,
Wim Elving
vrijdag 16 september 2011
Moeilijkewoordjes.nl: Exfoliëren
In reclames voor producten die dienen ter verzorging van het uiterlijk wordt altijd goed duidelijk gemaakt wat de voordelen zijn van het gebruik van de bewuste producten. Zo zijn we graag bereid om crème te gebruiken als die ervoor zorgt dat we ouder worden met zo min mogelijk rimpels. Anno 2011 zijn mannen zelfs niet te beroerd om ‘s ochtends een roller onder hun ogen door te halen om te voorkomen dat hun hangende oogleden verraden dat ze het de vorige avond laat hebben gemaakt. Garnier maakt het zichzelf in de televisiereclame voor een nieuw beautyproduct echter niet zo makkelijk. Een kernkwaliteit van het product is dat het exfolieert. Dat het wát?
Het gehele artikel staat nu op Moeilijkewoordjes.nl en kan hier worden gelezen: http://tinyurl.com/6fjll9w
Het gehele artikel staat nu op Moeilijkewoordjes.nl en kan hier worden gelezen: http://tinyurl.com/6fjll9w
donderdag 15 september 2011
Journalistiek en sociale media: vanzelfsprekend?
Over de onmisbaarheid van sociale media en de verantwoordelijkheid van journalistiekopleidingen
Gepubliceerd in 'Medium' Magazine, editie mei 2011.
Lees dit artikel hier in de complete online versie van 'Medium' Magazine, editie mei 2011.
Sociale media zijn inmiddels een vertrouwd middel om informele contacten te onderhouden. Voor journalisten zijn sociale media daarnaast nieuwe, maar potentieel belangrijke nieuwsbronnen. Welke mogelijkheden bestaan hier voor journalisten, wat is de verantwoordelijkheid van journalistiekopleidingen en vooral: wat moeten toekomstige journalisten over het dynamische vak weten?
De journalistiek heeft inmiddels de sociale media ontdekt. De vraag is echter welke rol sociale media vervullen in de toekomst van de journalistiek. Dr. Alexander Pleijter is onderzoeker aan de Rijksuniversiteit Groningen en is gespecialiseerd in journalistiek, nieuwe media en innovatie in journalistiek en is daarnaast hoofdredacteur van website De Nieuwe Reporter en het blog De toekomst van de journalistiek. Volgens Pleijter hebben sociale media verschillende functies. “Journalisten kunnen sociale media gebruiken als nieuwsbron, als bron voor informatie, om informatie te checken, om contacten te onderhouden en om hun contacten uit te breiden.” Gezien de uiteenlopende mogelijkheden mag verwacht worden dat journalisten nu al veel gebruik maken van sociale media. Pleijter: “Ik vrees dat er nog niet veel veranderd is. Veel journalisten doen er nog weinig mee, terwijl het eigenlijk een vanzelfsprekendheid is eraan mee te doen. Het gebruik van sociale media is vandaag de dag net zo essentieel als het gebruik van een telefoon. Het werk moet niet in het teken ervan gaan staan, maar als journalisten er geen gebruik van maken, is dat hopeloos ouderwets.” Roel van Leeuwen, verslaggever van het Noordhollands Dagblad en plaatsvervangend chef van de centrale verslaggeversploeg, herkent het door Pleijter geschetste beeld. “Ik zie pas sinds kort een cultuuromslag op onze redactie. Drie maanden geleden was slechts een enkeling actief op Twitter, tegenwoordig heeft de helft van de verslaggevers een Twitteraccount.”
Exclusiviteit
Ondanks de stijgende populariteit van sociale media, denkt journalistiek en nieuwe media-deskundige Pleijter niet dat ze onmisbaar zijn. “Alles is in principe mogelijk, maar het gaat erom dat journalisten die middelen gebruiken die handig zijn bij hun journalistieke werk.” Noordhollands Dagbladverslaggever Van Leeuwen acht sociale media ook nog niet noodzakelijk. “Maar dat zal snel veranderen. Mediabedrijven betrekken sociale media in hun beleid om meer mensen te interesseren voor hun producten en journalisten zullen daarin - of ze het nu leuk vinden of niet - mee moeten gaan.” Door het gebruik van sociale media zal de journalistieke cultuur volgens Van Leeuwen niet veranderen. “In de kern doen we nog steeds hetzelfde. Maar we gebruiken, naast de oude methoden, nieuwe instrumenten om nieuws te vergaren en te presenteren.” Volgens Pleijter verschilt het sterk per journalist welk sociaal medium voor hem of haar het nuttigst is. “Ben je bijvoorbeeld internationaal journalist in Afrika, zal je aan Hyves weinig hebben. Het ligt eraan waar de voor jou relevante mensen zitten. Ben je lokaal verslaggever, is het essentieel dat mensen uit de stad je volgen en dat jij hen volgt. Zij voorzien je van relevante informatie en zo ben je ontzettend snel op de hoogte. Als je in zo´n geval geen gebruik maakt van sociale media, moet je afwachten op persberichten die een dag later komen en dat hoeft niet meer.” Verslaggever Van Leeuwen is vooral actief op Twitter. “Begin vorig jaar kwam ik er voor het eerst mee in aanraking. Ik zag het vooral als extra mogelijkheid om nieuws onder de aandacht te brengen van een breder publiek. Ik heb toen voor mijn collega's een Twitterpresentatie gehouden om ze kennis te laten maken met dit medium.” Over de voornaamste reden voor zijn Twittergebruik is Van Leeuwen duidelijk. “Het is van levensbelang om een goed netwerk op te bouwen en via Twitter kun je dat zowel opbouwen als onderhouden. Zeker voor dagbladjournalisten is de inzet van Twitter een goede mogelijkheid om als eerste nieuws te brengen en meteen je verhaal dat de volgende dag in de krant verschijnt, te promoten.”
Het valt Noordhollands Dagbladverslaggever Van Leeuwen op dat zijn werkgever wezenlijk is veranderd. “Waar we voorheen echt een krantenbedrijf waren, zijn we nu meer een nieuwsorganisatie die verschillende media, zoals internet en sociale media, bedient.” Van Leeuwen acht het bestaan van huidige nieuwsorganisaties niet veilig. “Willen we overleven, moeten we echt met goede producten (zoals nieuwsapplicaties, red.) komen voor smartphones en tablets. Liefst producten waarvoor mensen bereid zijn te betalen en die recht doen aan de mogelijkheden van deze mediadragers.” De vraag is welke ontwikkelingen toekomstig journalisten in de gaten dienen te houden en over welke vaardigheden zij moeten beschikken. Journalistiekdeskundige Pleijter: “Maak dat je verschillende vaardigheden beheerst. Zorg dat je zowel goed kunt schrijven, als foto´s én video´s kunt maken. Die activiteiten dienen tot het standaardgereedschap van journalisten te behoren. Het is heel handig als deze verschillende dingen gedaan kunnen worden door één persoon.et H Ga ook op zoek naar de handige en makkelijke applicaties die er op internet beschikbaar zijn om bijvoorbeeld grafieken te maken ter verduidelijking bij journalistieke producties. Naar dat soort ontwikkelingen moet je nieuwsgierig zijn.” Noordhollands Dagbladverslaggever Van Leeuwen is het hiermee eens. “Jonge journalisten zullen zich moeten ontwikkelen tot journalistieke duizendpoten.”
Daarnaast is het volgens Pleijter ontzettend belangrijk voor journalisten open te staan voor wat je publiek te zeggen heeft. “Journalisten in de dop moeten zich realiseren dat het publiek meer weet dan zij alleen. Het heeft geen nut defensief te zijn en je artikel tot aan publicatie strikt geheim te houden. Je moet er juist vanaf begin af aan mensen bij betrekken. Sta open voor reacties en vragen, dat is alleen maar nuttig voor een eventuele follow-up. Ik vind het onbegrijpelijk als journalisten weigeren de discussie aan te gaan met hun publiek. Daar wordt je als journalist niet slechter van, alleen maar beter.” Een andere tip die Pleijter heeft, is het beginnen van een blog. “Je wordt dan op regelmatige basis gedwongen te schrijven. Als je het niet doet, is dat een enorme misgelopen kans. Je kan op een blog oefenen met schrijven in verschillende genres, schrijfstijlen en je kunt je eigen specialisatie ontwikkelen. Hoewel er ook regelmatig generalisten gevraagd zullen worden, is specialisatie van wezenlijk belang. Volgens Pleijter vormt het bijhouden van een blog een belangrijk voordeel als studenten op zoek gaan naar werk. “Het bijhouden van een blog is als het ware het opbouwen van een eigen portfolio. Je kunt laten zien dat je ervaring hebt met schrijven en publiceren, je kunt routine opbouwen. Via je blog kun je jezelf ook profileren en pluggen, je kunt je werk verspreiden. Ook hierbij zijn sociale media essentieel.”
© 2011 Leon van Wijk/'Medium' Magazine – Niets uit deze publicatie mag worden overgenomen zonder toestemming van de auteur.
Gepubliceerd in 'Medium' Magazine, editie mei 2011.
Lees dit artikel hier in de complete online versie van 'Medium' Magazine, editie mei 2011.
Sociale media zijn inmiddels een vertrouwd middel om informele contacten te onderhouden. Voor journalisten zijn sociale media daarnaast nieuwe, maar potentieel belangrijke nieuwsbronnen. Welke mogelijkheden bestaan hier voor journalisten, wat is de verantwoordelijkheid van journalistiekopleidingen en vooral: wat moeten toekomstige journalisten over het dynamische vak weten?
De journalistiek heeft inmiddels de sociale media ontdekt. De vraag is echter welke rol sociale media vervullen in de toekomst van de journalistiek. Dr. Alexander Pleijter is onderzoeker aan de Rijksuniversiteit Groningen en is gespecialiseerd in journalistiek, nieuwe media en innovatie in journalistiek en is daarnaast hoofdredacteur van website De Nieuwe Reporter en het blog De toekomst van de journalistiek. Volgens Pleijter hebben sociale media verschillende functies. “Journalisten kunnen sociale media gebruiken als nieuwsbron, als bron voor informatie, om informatie te checken, om contacten te onderhouden en om hun contacten uit te breiden.” Gezien de uiteenlopende mogelijkheden mag verwacht worden dat journalisten nu al veel gebruik maken van sociale media. Pleijter: “Ik vrees dat er nog niet veel veranderd is. Veel journalisten doen er nog weinig mee, terwijl het eigenlijk een vanzelfsprekendheid is eraan mee te doen. Het gebruik van sociale media is vandaag de dag net zo essentieel als het gebruik van een telefoon. Het werk moet niet in het teken ervan gaan staan, maar als journalisten er geen gebruik van maken, is dat hopeloos ouderwets.” Roel van Leeuwen, verslaggever van het Noordhollands Dagblad en plaatsvervangend chef van de centrale verslaggeversploeg, herkent het door Pleijter geschetste beeld. “Ik zie pas sinds kort een cultuuromslag op onze redactie. Drie maanden geleden was slechts een enkeling actief op Twitter, tegenwoordig heeft de helft van de verslaggevers een Twitteraccount.”
Exclusiviteit
Ondanks de stijgende populariteit van sociale media, denkt journalistiek en nieuwe media-deskundige Pleijter niet dat ze onmisbaar zijn. “Alles is in principe mogelijk, maar het gaat erom dat journalisten die middelen gebruiken die handig zijn bij hun journalistieke werk.” Noordhollands Dagbladverslaggever Van Leeuwen acht sociale media ook nog niet noodzakelijk. “Maar dat zal snel veranderen. Mediabedrijven betrekken sociale media in hun beleid om meer mensen te interesseren voor hun producten en journalisten zullen daarin - of ze het nu leuk vinden of niet - mee moeten gaan.” Door het gebruik van sociale media zal de journalistieke cultuur volgens Van Leeuwen niet veranderen. “In de kern doen we nog steeds hetzelfde. Maar we gebruiken, naast de oude methoden, nieuwe instrumenten om nieuws te vergaren en te presenteren.” Volgens Pleijter verschilt het sterk per journalist welk sociaal medium voor hem of haar het nuttigst is. “Ben je bijvoorbeeld internationaal journalist in Afrika, zal je aan Hyves weinig hebben. Het ligt eraan waar de voor jou relevante mensen zitten. Ben je lokaal verslaggever, is het essentieel dat mensen uit de stad je volgen en dat jij hen volgt. Zij voorzien je van relevante informatie en zo ben je ontzettend snel op de hoogte. Als je in zo´n geval geen gebruik maakt van sociale media, moet je afwachten op persberichten die een dag later komen en dat hoeft niet meer.” Verslaggever Van Leeuwen is vooral actief op Twitter. “Begin vorig jaar kwam ik er voor het eerst mee in aanraking. Ik zag het vooral als extra mogelijkheid om nieuws onder de aandacht te brengen van een breder publiek. Ik heb toen voor mijn collega's een Twitterpresentatie gehouden om ze kennis te laten maken met dit medium.” Over de voornaamste reden voor zijn Twittergebruik is Van Leeuwen duidelijk. “Het is van levensbelang om een goed netwerk op te bouwen en via Twitter kun je dat zowel opbouwen als onderhouden. Zeker voor dagbladjournalisten is de inzet van Twitter een goede mogelijkheid om als eerste nieuws te brengen en meteen je verhaal dat de volgende dag in de krant verschijnt, te promoten.”
De vraag of face-to-face communicatie (met bijvoorbeeld nieuwsbronnen) in de toekomst vervangen zal kunnen worden door het sturen van berichten op sociale media, beantwoordt journalistiekdeskundige Pleijter terughoudend. “Voor een gedeelte zal dat wel zo zijn. Dat is na introductie van de telefoon ook in bepaalde mate gebeurd. Ik weet echter niet of sociale media dezelfde werking zullen hebben. Wil een journalist iemand portretteren, kan dat niet via Twitter of Facebook. Je hebt dan wel een gesprek met elkaar, maar door de kortheid van de berichtjes op een heel ander niveau.” Ook verslaggever Van Leeuwen denkt niet dat face-to-face communicatie vervangen zal worden, maar heeft hiervoor een heel andere reden. “Ik zie sociale media als toevoeging en niet als vervanging van bestaande nieuwsbronnen en contacten. Wel moet je beseffen dat als je via Twitter een tip oppakt, je waarschijnlijk niet de enige bent. In dat opzicht biedt face-to-face contact meer garanties op exclusiviteit.”
Eisen van de arbeidsmarkt
Journalistiekdeskundige Pleijter vindt het ontzettend belangrijk dat journalistiekopleidingen inspringen op de ontwikkelingen rondom sociale media en journalistiek. “Maar dat is voor scholen heel lastig. Zij leiden studenten namelijk op naar de eisen van de arbeidsmarkt. Het heeft totaal geen nut om als opleiding op de troepen vooruit te gaan lopen, maar het is natuurlijk erg belangrijk om de journalisten van de toekomst over sociale media te onderwijzen. Dat zorgt voor innovatie binnen redacties. Jonge journalisten kunnen gaan samenwerken met oudere journalisten en zo kunnen ze van elkaar leren en daar beide van profiteren.” Ook Noordhollands Dagbladverslaggever Van Leeuwen onderstreept het belang van aandacht vanuit opleidingen, maar stelt dat die ‘zich er niet blind op moeten staren’. “Je kunt als student nog zo handig zijn op Twitter; als je niet in staat bent een goed verhaal te schrijven of feiten en meningen van elkaar te onderscheiden dan heb je in de journalistiek weinig te zoeken.” Ondanks het feit dat Pleijter overtuigd is van het belang van onderwijs over sociale media bij journalistiekopleidingen, wordt er volgens hem te weinig aandacht aan besteed. “De journalistiekopleidingen leiden vooral gericht op voor één medium. Het is echter belangrijk aandacht te hebben voor crossmediale journalistiek. Het resultaat is dat redacties vaak moeite hebben om internetvaardige studenten te vinden. Internetredacties worden gezien als een ondergeschoven kindje, zowel door de opleidingen als door de media zelf. Die laatste hebben de opvattingen dat ze ‘het er wel even bij doen’. Veel van het werk van de vaak kleine internetredacties bestaat uit het doorplaatsen van stukken die al in bijvoorbeeld een krant zijn verschenen.”
Journalistieke duizendpotenEisen van de arbeidsmarkt
Journalistiekdeskundige Pleijter vindt het ontzettend belangrijk dat journalistiekopleidingen inspringen op de ontwikkelingen rondom sociale media en journalistiek. “Maar dat is voor scholen heel lastig. Zij leiden studenten namelijk op naar de eisen van de arbeidsmarkt. Het heeft totaal geen nut om als opleiding op de troepen vooruit te gaan lopen, maar het is natuurlijk erg belangrijk om de journalisten van de toekomst over sociale media te onderwijzen. Dat zorgt voor innovatie binnen redacties. Jonge journalisten kunnen gaan samenwerken met oudere journalisten en zo kunnen ze van elkaar leren en daar beide van profiteren.” Ook Noordhollands Dagbladverslaggever Van Leeuwen onderstreept het belang van aandacht vanuit opleidingen, maar stelt dat die ‘zich er niet blind op moeten staren’. “Je kunt als student nog zo handig zijn op Twitter; als je niet in staat bent een goed verhaal te schrijven of feiten en meningen van elkaar te onderscheiden dan heb je in de journalistiek weinig te zoeken.” Ondanks het feit dat Pleijter overtuigd is van het belang van onderwijs over sociale media bij journalistiekopleidingen, wordt er volgens hem te weinig aandacht aan besteed. “De journalistiekopleidingen leiden vooral gericht op voor één medium. Het is echter belangrijk aandacht te hebben voor crossmediale journalistiek. Het resultaat is dat redacties vaak moeite hebben om internetvaardige studenten te vinden. Internetredacties worden gezien als een ondergeschoven kindje, zowel door de opleidingen als door de media zelf. Die laatste hebben de opvattingen dat ze ‘het er wel even bij doen’. Veel van het werk van de vaak kleine internetredacties bestaat uit het doorplaatsen van stukken die al in bijvoorbeeld een krant zijn verschenen.”
Het valt Noordhollands Dagbladverslaggever Van Leeuwen op dat zijn werkgever wezenlijk is veranderd. “Waar we voorheen echt een krantenbedrijf waren, zijn we nu meer een nieuwsorganisatie die verschillende media, zoals internet en sociale media, bedient.” Van Leeuwen acht het bestaan van huidige nieuwsorganisaties niet veilig. “Willen we overleven, moeten we echt met goede producten (zoals nieuwsapplicaties, red.) komen voor smartphones en tablets. Liefst producten waarvoor mensen bereid zijn te betalen en die recht doen aan de mogelijkheden van deze mediadragers.” De vraag is welke ontwikkelingen toekomstig journalisten in de gaten dienen te houden en over welke vaardigheden zij moeten beschikken. Journalistiekdeskundige Pleijter: “Maak dat je verschillende vaardigheden beheerst. Zorg dat je zowel goed kunt schrijven, als foto´s én video´s kunt maken. Die activiteiten dienen tot het standaardgereedschap van journalisten te behoren. Het is heel handig als deze verschillende dingen gedaan kunnen worden door één persoon.et H Ga ook op zoek naar de handige en makkelijke applicaties die er op internet beschikbaar zijn om bijvoorbeeld grafieken te maken ter verduidelijking bij journalistieke producties. Naar dat soort ontwikkelingen moet je nieuwsgierig zijn.” Noordhollands Dagbladverslaggever Van Leeuwen is het hiermee eens. “Jonge journalisten zullen zich moeten ontwikkelen tot journalistieke duizendpoten.”
Daarnaast is het volgens Pleijter ontzettend belangrijk voor journalisten open te staan voor wat je publiek te zeggen heeft. “Journalisten in de dop moeten zich realiseren dat het publiek meer weet dan zij alleen. Het heeft geen nut defensief te zijn en je artikel tot aan publicatie strikt geheim te houden. Je moet er juist vanaf begin af aan mensen bij betrekken. Sta open voor reacties en vragen, dat is alleen maar nuttig voor een eventuele follow-up. Ik vind het onbegrijpelijk als journalisten weigeren de discussie aan te gaan met hun publiek. Daar wordt je als journalist niet slechter van, alleen maar beter.” Een andere tip die Pleijter heeft, is het beginnen van een blog. “Je wordt dan op regelmatige basis gedwongen te schrijven. Als je het niet doet, is dat een enorme misgelopen kans. Je kan op een blog oefenen met schrijven in verschillende genres, schrijfstijlen en je kunt je eigen specialisatie ontwikkelen. Hoewel er ook regelmatig generalisten gevraagd zullen worden, is specialisatie van wezenlijk belang. Volgens Pleijter vormt het bijhouden van een blog een belangrijk voordeel als studenten op zoek gaan naar werk. “Het bijhouden van een blog is als het ware het opbouwen van een eigen portfolio. Je kunt laten zien dat je ervaring hebt met schrijven en publiceren, je kunt routine opbouwen. Via je blog kun je jezelf ook profileren en pluggen, je kunt je werk verspreiden. Ook hierbij zijn sociale media essentieel.”
© 2011 Leon van Wijk/'Medium' Magazine – Niets uit deze publicatie mag worden overgenomen zonder toestemming van de auteur.
Abonneren op:
Posts (Atom)