Artiesten lijken dankzij sociale media toegankelijker
dan ooit
Artikel 'Medium' Magazine. Lees dit artikel hier als PDF.
In de top tien
twittergebruikers met de meeste volgers, staan maar liefst acht artiesten.
Dankzij de tweets van de aanvoerster van de lijst, Lady GaGa, blijven haar
achttien miljoen volgers niet alleen op de hoogte van wat ze doet, ze kunnen
ook efficiënter dan ooit de interactie met haar aangaan. Welke waarde hebben
sociale media voor artiesten?
Voor twittergebruikers
is het een bekend fenomeen: tot je volgers behoren naast ‘echte’ bekenden, ook
bedrijven die menen dat ze interessant voor je zijn (of jij voor hen). Een
soortgelijk principe komt recentelijk steeds vaker voor: artiesten gaan op zoek
naar mensen die op hun profiel aangeven van het genre muziek te houden dat de
bewuste artiesten maken en gaan die mensen volgen. Waar fans voorheen contact
zochten met hun idolen, zijn het sinds de komst van sociale media in toenemende
mate artiesten die op zoek gaan naar en in gesprek gaan met potentiële fans.
Sociale media lenen zich echter bijvoorbeeld ook voor het lanceren en promoten
van nieuwe muziek.
Daarvan
weet Charlotte ten Brink, zangeres, zangdocente, oprichtster van haar eigen
platenlabel Dot’s Records en oud-studente Communicatiewetenschap, alles af. Zij
lanceerde begin dit jaar haar single ‘Fool’ in de Hyves Huiskamer door middel
van een intiem concert. Hoe is ze op het idee gekomen dit te doen? “Ik zocht
een manier om in één keer zoveel mogelijk mensen te bereiken met mijn single.
Het leek mij de perfecte manier om dit via Hyves te doen, daar doen ze vaker
huiskamerconcerten. Hyves was ook meteen enthousiast en vond het heel leuk dat
voor het eerst een release zou
plaatsvinden tijdens een huiskamerconcert”. Marketingtechnisch blijkt de
samenwerking een geslaagde zet: “Hyves kon veel reclame voor mij maken. Mensen
moesten vrienden met mij worden en maakten dan kans aanwezig te zijn bij mijn
concert. Heel veel mensen hebben zich aangemeld en dat was natuurlijk waar we
op hoopten! Op Hyves heb ik een grote achterban; ik had 12.000 vrienden en door
deze actie bijna 15.000”. Ten Brink vond de lancering via Hyves ‘super’: “Door
deze actie heb ik nu veel contact met mijn fans via Hyves”.
Van vriend tot klant
Hoewel het sociaal mediagebruik van artiesten commerciële doeleinden kan
dienen, zullen fans het snel doorhebben wanneer artiesten alleen met promotie
bezig zijn en niet echt naar fans luisteren of met ze in gesprek gaan. Dat
stelt Nancy Baym, hoogleraar Communicatiewetenschap aan de Universiteit van Kansas
(Verenigde Staten) en gespecialiseerd in online relaties, gemeenschappen en
communicatie, gebruik van sociale media door artiesten en online fandom (een subcultuur van fans die
samen de ervaring van het fan-zijn van iets of iemand delen). Baym: “Artiesten
kunnen worden ingedeeld op een spectrum; sommige gebruiken sociale media meer
voor interactie met fans, andere voornamelijk vanuit een commercieel oogpunt.
Het is altijd een mix van beide, want gesprekken en relaties aangaan met fans
is ongelofelijk belangrijk voor artiesten omdat ze zich realiseren dat de
connectie met fans deel uitmaakt van hun werk, of ze dat nou leuk vinden of
niet”.
Wat
betreft het bereiken van fans, hebben artiesten die een contract hebben bij een
groot platenlabel het makkelijker dan artiesten die muziek onder eigen beheer
uitbrengen en dat blijkt ook uit hun sociaal mediagebruik, vertelt
singer/songwriter Danielle Barbe in augustus 2011 aan Studenten.net: “Ik heb
geen groot label achter me dat de touwtjes in handen heeft. Ik heb geleerd
kansen voor mezelf te creëren en om inventief te zijn”. Zangeres Charlotte ten
Brink vindt sociale media echter belangrijk voor alle artiesten: “Ze zijn
sowieso ontzettend belangrijk, of je nou een eigen label hebt zoals ik, of een
deal met een grote maatschappij. Ik heb ze misschien iets harder nodig omdat ik
het helemaal zelf moet doen, maar álle artiesten moeten zorgen dat hun nummer
gehoord wordt of dat mensen weten wie ze zijn. Sociale media zijn hiervoor de
perfecte plek”. Online communicatiedeskundige Nancy Baym is het met Ten Brink
eens: “Ik denk helemaal niet dat er zo’n onderscheid bestaat. Het is veel
ingewikkelder. Er zijn ontelbare manieren waarop artiesten sociale media
gebruiken en van ze afhankelijk zijn, die veel verder gaan dan de vraag of en
bij wat voor label ze een contract hebben. Het heeft veel meer te maken met de
vraag hoe goed ze zijn met technologie, of ze als mens van sociale media
houden, hoe ze over hun fans denken, welk doel ze denken dat hun muziek heeft,
enzovoort”.
Een benaderbaar imago
Voor artiesten is echter niet alleen belangrijk hoe zij over hun fans denken,
maar ook hoe fans over hen denken. Sociale media kunnen een middel zijn om een
imago te communiceren en hiervan is singer/songwriter Danielle Barbe zich erg
bewust, vertelt ze Studenten.net: “Ik houd ervan controle te hebben over mijn
imago. Ik wil benaderbaar zijn”. De vraag is echter of artiesten door hun
sociaal mediagebruik daadwerkelijk meer benaderbaar lijken. Online
communicatiedeskundige Nancy Baym denkt van wel: “Artiesten lijken niet alleen
meer benaderbaar, ze kunnen ook echt meer benaderbaar worden door hun sociaal
mediagebruik. Als ik muzikanten spreek, zijn degenen die het meest benaderbaar
zijn via sociale media, ook degenen die in het dagelijks leven benaderbaar
zijn. Dat zijn vaak artiesten die post van fans vroeger bewaarden of
beantwoordden. Over het algemeen zijn sociale media belangrijke middelen voor
het creëren en behouden van een bepaald imago en hoe benaderbaar je bent, maakt
zeker deel uit van dat proces”.
Hoe bewust zijn artiesten zich
eigenlijk van de gevolgen van hun sociaal mediagebruik voor hun imago?
Charlotte ten Brink legt uit: “Ik twitter niet zomaar dingen zonder erbij na te
denken, geef niet zomaar elke mening, want ik weet dat dat gevaarlijk kan zijn.
Daarnaast vind ik privacy belangrijk; ik wil niet dat mensen álles van me
weten. Ik zou bijvoorbeeld nooit foto’s plaatsen van mijn huis. Soms vind ik
het echter juist leuk dingen te vertellen zodat bezoekers me op een bepaalde
manier beter leren kennen, zoals over mijn muzieksmaak of over sport. Ik denk
altijd wel even na of ik het moet vertellen”. Ten Brink houdt bovendien
rekening met haar voorbeeldfunctie: “Ik geef ook zangles. Als ik zou twitteren
dat ik dronken ben en de kinderen komen de dag daarna bij de les, dan komt dat
heel raar over. Als ik echt dingen wil vertellen, doe ik dat op mijn privé
Facebook-pagina, daarop heb ik een andere achternaam en alleen vrienden die ik
ken”.
Gezocht: fans
Hoewel singer/songwriter Danielle Barbe tegenover Studenten.net aangeeft dat ze
het erg leuk vindt om via sociale media actief potentiële fans te benaderen,
betwijfelt online communicatie- en relatiedeskundige Nancy Baym of dit nu wel
verstandig is. “Ik ben er niet van overtuigd dat het altijd een goed idee is.
Veel mensen zien het als spam. Het is zeker een nieuw verschijnsel dat
artiesten publiek vragen naar ze te luisteren, maar de belangrijkste vraag
blijft hoe makkelijk de muziek die het publiek hoort, te vinden is en vervolgens
of de artiest benaderbaar is, als het publiek van de muziek houdt”. Als de fans
de artiesten echter al hebben gevonden, is het actief benaderen van fans
volgens Baym juist wel een goed idee: “Dat antwoorden, dat contact zoeken, een
gesprek aangaan is voor fans een aanmoediging om relaties met artiesten aan te
gaan en geïnteresseerd in ze te blijven tussen tours en releases door. Dit kan
ook worden gedaan op een manier waarbij de fans echt het idee hebben dat ze een
gemeenschap vormen en dit kan essentieel zijn voor de steun van een artiest
gedurende een lange carrière”.
Zangeres
Charlotte ten Brink kent het fenomeen niet, maar vindt het wel erg leuk. Zelf
zou ze het echter niet snel doen: “Dat komt een beetje wanhopig over”, lacht
Ten Brink. “Als mensen mij leuk vinden, vinden ze me meestal vanzelf”. Het
sociaal mediagebruik van artiesten, kan veel betekenen voor de ervaring van fandom, zegt Nancy Baym: “Het is niet
voor iedere fan hetzelfde. Sommige artiesten zijn bang dat ze door sociaal
mediagebruik minder mysterieus worden en dat de magie van het fandom daardoor verdwijnt. Ik denk
echter niet dat dit waar is. Sociale media kunnen fans op lange termijn meer
betrokken houden, vooral als ze de ruimte krijgen met elkaar in contact te gaan
en hun eigen ding te doen, zonder dat de artiest hun gedrag probeert te
controleren”. Charlotte ten Brink ervaart dit in praktijk: “Sommige fans vinden
het echt heel fijn vaak iets van me te horen op mijn sites. Ik krijg van
sommige altijd een reactie, heel lief! Het is natuurlijk super dat je zo
makkelijk dichtbij elkaar kan komen. Ik vind dat geweldig”.
Doodgetwitterd
Hoewel sociaal mediagebruik voor artiesten voordelen heeft, kleven er ook
nadelen aan. Charlotte ten Brink heeft dat regelmatig ervaren: “Tijdens The
voice of Holland kregen mensen het idee dat ze alles maar mochten roepen. Ik
heb wel eens berichten gekregen dat ik dood moet en over wat een
verschrikkelijk mens ik ben. Mensen kunnen mij natuurlijk geen goede zangeres
vinden, maar het gekke is dat het zo ver gaat dat ze mij meteen als mens niet
leuk vinden”. De negatieve kanten zijn Ten Brink niet in de koude kleren gaan
zitten: “Het komt heel hard aan als je dat soort dingen leest via sociale
media. Ik kan wel stoer doen alsof ik het niet erg vind, maar ik vind het echt
heel erg. Gek genoeg merk je dat je negatieve reacties ook altijd veel langer
onthoudt. Je kan tweehonderd leuke reacties hebben en één nare, maar die blijft
je achtervolgen. Ik heb wel geleerd me er minder van aan te trekken. Inmiddels
kan ik er soms ook echt wel om lachen”.
De
nadelen kunnen, naast gerelateerd aan de relatie met het publiek, echter ook
werk-en privé-gerelateerd zijn, legt online communicatiedeskundige Nancy Baym
uit: “De nadelen voor artiesten lijken op de nadelen voor ons allemaal. Sociale
media kunnen leiden tot uitstelgedrag en in de plaats komen van
liedjesschrijven of oefenen. Ze kunnen zorgen voor onenigheid met familie en
geliefden omdat artiesten moeten onderhandelen over wat ze wel en niet via
sociale media melden. Het kan ook erg lastig zijn voor artiesten wier
persoonlijkheid niet lijkt op hun imago. Wat hun sociaal mediagebruik
uitdraagt, is dan in tegenspraak met wat hun muziek uitdraagt. Sociale media
zijn niet voor iedereen leuk”.
Toekomstmuziek
Sociale media zijn erg belangrijk geworden voor artiesten, maar hoe belangrijk
zullen ze in de toekomst nog voor hen zijn? Online communicatiedeskundige Nancy
Baym ziet grote mogelijkheden: “Ik denk dat van artiesten verwacht zal blijven
worden dat ze sociale media gebruiken en dat artiesten hun kennis erover zullen
uitbreiden. Verder denk ik dat steeds meer mensen zulke online relaties zullen
mediëren of helpen mediëren zodat artiesten zich zelf geen zorgen hoeven te
maken over de technologie, tenzij ze dat willen. Er zal meer duidelijkheid
komen over wat voor campagnes wel of niet werken, voor welke soort artiesten.
De manieren waarop artiesten sociale media gebruiken, zullen heel divers
blijven”. Zangeres Charlotte ten Brink denkt dat ze steeds belangrijker worden:
“Minstens zo belangrijk als nu. Aan de andere kant zijn sommige artiesten zo
populair dat ze sociale media niet eens nodig hebben. Rihanna heeft veel
twittervolgers, terwijl Beyonce het helemaal niet gebruikt. Ik vind het soms
ook interessant als iemand het helemaal niet gebruikt, want hoe leuk het ook is
dat je zo dichtbij je idool kan komen, het zorgt er ook voor dat het allemaal
net iets minder spannend wordt. Je moet niet te veel weten van iemand”.
De
ontwikkelingen die Nancy Baym verwacht, vindt zij zelf positief: “Muziek is van
oorsprong sociaal. Pas in de twintigste eeuw is muziek echt een product
geworden en zijn artiest en publiek gescheiden door massamedia. Deze
transformatie creëert veel uitdagingen voor artiesten rondom de vraag hoe zij
zich aan mensen kunnen relateren en geld kunnen verdienen. Hiervoor zijn andere
vaardigheden nodig dan het maken van muziek, maar het zorgt er wel voor dat
kunst weer wordt verbonden met zijn publiek en artiesten met de mensen voor wie
zij spelen. Dat is sterk en belangrijk”.
© 2012 Leon van Wijk/'Medium' Magazine. Niets
uit deze publicatie mag worden overgenomen zonder toestemming van de
auteur.
Posts tonen met het label sociale media. Alle posts tonen
Posts tonen met het label sociale media. Alle posts tonen
dinsdag 22 mei 2012
donderdag 15 september 2011
Journalistiek en sociale media: vanzelfsprekend?
Over de onmisbaarheid van sociale media en de verantwoordelijkheid van journalistiekopleidingen
Gepubliceerd in 'Medium' Magazine, editie mei 2011.
Lees dit artikel hier in de complete online versie van 'Medium' Magazine, editie mei 2011.
Sociale media zijn inmiddels een vertrouwd middel om informele contacten te onderhouden. Voor journalisten zijn sociale media daarnaast nieuwe, maar potentieel belangrijke nieuwsbronnen. Welke mogelijkheden bestaan hier voor journalisten, wat is de verantwoordelijkheid van journalistiekopleidingen en vooral: wat moeten toekomstige journalisten over het dynamische vak weten?
De journalistiek heeft inmiddels de sociale media ontdekt. De vraag is echter welke rol sociale media vervullen in de toekomst van de journalistiek. Dr. Alexander Pleijter is onderzoeker aan de Rijksuniversiteit Groningen en is gespecialiseerd in journalistiek, nieuwe media en innovatie in journalistiek en is daarnaast hoofdredacteur van website De Nieuwe Reporter en het blog De toekomst van de journalistiek. Volgens Pleijter hebben sociale media verschillende functies. “Journalisten kunnen sociale media gebruiken als nieuwsbron, als bron voor informatie, om informatie te checken, om contacten te onderhouden en om hun contacten uit te breiden.” Gezien de uiteenlopende mogelijkheden mag verwacht worden dat journalisten nu al veel gebruik maken van sociale media. Pleijter: “Ik vrees dat er nog niet veel veranderd is. Veel journalisten doen er nog weinig mee, terwijl het eigenlijk een vanzelfsprekendheid is eraan mee te doen. Het gebruik van sociale media is vandaag de dag net zo essentieel als het gebruik van een telefoon. Het werk moet niet in het teken ervan gaan staan, maar als journalisten er geen gebruik van maken, is dat hopeloos ouderwets.” Roel van Leeuwen, verslaggever van het Noordhollands Dagblad en plaatsvervangend chef van de centrale verslaggeversploeg, herkent het door Pleijter geschetste beeld. “Ik zie pas sinds kort een cultuuromslag op onze redactie. Drie maanden geleden was slechts een enkeling actief op Twitter, tegenwoordig heeft de helft van de verslaggevers een Twitteraccount.”
Exclusiviteit
Ondanks de stijgende populariteit van sociale media, denkt journalistiek en nieuwe media-deskundige Pleijter niet dat ze onmisbaar zijn. “Alles is in principe mogelijk, maar het gaat erom dat journalisten die middelen gebruiken die handig zijn bij hun journalistieke werk.” Noordhollands Dagbladverslaggever Van Leeuwen acht sociale media ook nog niet noodzakelijk. “Maar dat zal snel veranderen. Mediabedrijven betrekken sociale media in hun beleid om meer mensen te interesseren voor hun producten en journalisten zullen daarin - of ze het nu leuk vinden of niet - mee moeten gaan.” Door het gebruik van sociale media zal de journalistieke cultuur volgens Van Leeuwen niet veranderen. “In de kern doen we nog steeds hetzelfde. Maar we gebruiken, naast de oude methoden, nieuwe instrumenten om nieuws te vergaren en te presenteren.” Volgens Pleijter verschilt het sterk per journalist welk sociaal medium voor hem of haar het nuttigst is. “Ben je bijvoorbeeld internationaal journalist in Afrika, zal je aan Hyves weinig hebben. Het ligt eraan waar de voor jou relevante mensen zitten. Ben je lokaal verslaggever, is het essentieel dat mensen uit de stad je volgen en dat jij hen volgt. Zij voorzien je van relevante informatie en zo ben je ontzettend snel op de hoogte. Als je in zo´n geval geen gebruik maakt van sociale media, moet je afwachten op persberichten die een dag later komen en dat hoeft niet meer.” Verslaggever Van Leeuwen is vooral actief op Twitter. “Begin vorig jaar kwam ik er voor het eerst mee in aanraking. Ik zag het vooral als extra mogelijkheid om nieuws onder de aandacht te brengen van een breder publiek. Ik heb toen voor mijn collega's een Twitterpresentatie gehouden om ze kennis te laten maken met dit medium.” Over de voornaamste reden voor zijn Twittergebruik is Van Leeuwen duidelijk. “Het is van levensbelang om een goed netwerk op te bouwen en via Twitter kun je dat zowel opbouwen als onderhouden. Zeker voor dagbladjournalisten is de inzet van Twitter een goede mogelijkheid om als eerste nieuws te brengen en meteen je verhaal dat de volgende dag in de krant verschijnt, te promoten.”
Het valt Noordhollands Dagbladverslaggever Van Leeuwen op dat zijn werkgever wezenlijk is veranderd. “Waar we voorheen echt een krantenbedrijf waren, zijn we nu meer een nieuwsorganisatie die verschillende media, zoals internet en sociale media, bedient.” Van Leeuwen acht het bestaan van huidige nieuwsorganisaties niet veilig. “Willen we overleven, moeten we echt met goede producten (zoals nieuwsapplicaties, red.) komen voor smartphones en tablets. Liefst producten waarvoor mensen bereid zijn te betalen en die recht doen aan de mogelijkheden van deze mediadragers.” De vraag is welke ontwikkelingen toekomstig journalisten in de gaten dienen te houden en over welke vaardigheden zij moeten beschikken. Journalistiekdeskundige Pleijter: “Maak dat je verschillende vaardigheden beheerst. Zorg dat je zowel goed kunt schrijven, als foto´s én video´s kunt maken. Die activiteiten dienen tot het standaardgereedschap van journalisten te behoren. Het is heel handig als deze verschillende dingen gedaan kunnen worden door één persoon.et H Ga ook op zoek naar de handige en makkelijke applicaties die er op internet beschikbaar zijn om bijvoorbeeld grafieken te maken ter verduidelijking bij journalistieke producties. Naar dat soort ontwikkelingen moet je nieuwsgierig zijn.” Noordhollands Dagbladverslaggever Van Leeuwen is het hiermee eens. “Jonge journalisten zullen zich moeten ontwikkelen tot journalistieke duizendpoten.”
Daarnaast is het volgens Pleijter ontzettend belangrijk voor journalisten open te staan voor wat je publiek te zeggen heeft. “Journalisten in de dop moeten zich realiseren dat het publiek meer weet dan zij alleen. Het heeft geen nut defensief te zijn en je artikel tot aan publicatie strikt geheim te houden. Je moet er juist vanaf begin af aan mensen bij betrekken. Sta open voor reacties en vragen, dat is alleen maar nuttig voor een eventuele follow-up. Ik vind het onbegrijpelijk als journalisten weigeren de discussie aan te gaan met hun publiek. Daar wordt je als journalist niet slechter van, alleen maar beter.” Een andere tip die Pleijter heeft, is het beginnen van een blog. “Je wordt dan op regelmatige basis gedwongen te schrijven. Als je het niet doet, is dat een enorme misgelopen kans. Je kan op een blog oefenen met schrijven in verschillende genres, schrijfstijlen en je kunt je eigen specialisatie ontwikkelen. Hoewel er ook regelmatig generalisten gevraagd zullen worden, is specialisatie van wezenlijk belang. Volgens Pleijter vormt het bijhouden van een blog een belangrijk voordeel als studenten op zoek gaan naar werk. “Het bijhouden van een blog is als het ware het opbouwen van een eigen portfolio. Je kunt laten zien dat je ervaring hebt met schrijven en publiceren, je kunt routine opbouwen. Via je blog kun je jezelf ook profileren en pluggen, je kunt je werk verspreiden. Ook hierbij zijn sociale media essentieel.”
© 2011 Leon van Wijk/'Medium' Magazine – Niets uit deze publicatie mag worden overgenomen zonder toestemming van de auteur.
Gepubliceerd in 'Medium' Magazine, editie mei 2011.
Lees dit artikel hier in de complete online versie van 'Medium' Magazine, editie mei 2011.
Sociale media zijn inmiddels een vertrouwd middel om informele contacten te onderhouden. Voor journalisten zijn sociale media daarnaast nieuwe, maar potentieel belangrijke nieuwsbronnen. Welke mogelijkheden bestaan hier voor journalisten, wat is de verantwoordelijkheid van journalistiekopleidingen en vooral: wat moeten toekomstige journalisten over het dynamische vak weten?
De journalistiek heeft inmiddels de sociale media ontdekt. De vraag is echter welke rol sociale media vervullen in de toekomst van de journalistiek. Dr. Alexander Pleijter is onderzoeker aan de Rijksuniversiteit Groningen en is gespecialiseerd in journalistiek, nieuwe media en innovatie in journalistiek en is daarnaast hoofdredacteur van website De Nieuwe Reporter en het blog De toekomst van de journalistiek. Volgens Pleijter hebben sociale media verschillende functies. “Journalisten kunnen sociale media gebruiken als nieuwsbron, als bron voor informatie, om informatie te checken, om contacten te onderhouden en om hun contacten uit te breiden.” Gezien de uiteenlopende mogelijkheden mag verwacht worden dat journalisten nu al veel gebruik maken van sociale media. Pleijter: “Ik vrees dat er nog niet veel veranderd is. Veel journalisten doen er nog weinig mee, terwijl het eigenlijk een vanzelfsprekendheid is eraan mee te doen. Het gebruik van sociale media is vandaag de dag net zo essentieel als het gebruik van een telefoon. Het werk moet niet in het teken ervan gaan staan, maar als journalisten er geen gebruik van maken, is dat hopeloos ouderwets.” Roel van Leeuwen, verslaggever van het Noordhollands Dagblad en plaatsvervangend chef van de centrale verslaggeversploeg, herkent het door Pleijter geschetste beeld. “Ik zie pas sinds kort een cultuuromslag op onze redactie. Drie maanden geleden was slechts een enkeling actief op Twitter, tegenwoordig heeft de helft van de verslaggevers een Twitteraccount.”
Exclusiviteit
Ondanks de stijgende populariteit van sociale media, denkt journalistiek en nieuwe media-deskundige Pleijter niet dat ze onmisbaar zijn. “Alles is in principe mogelijk, maar het gaat erom dat journalisten die middelen gebruiken die handig zijn bij hun journalistieke werk.” Noordhollands Dagbladverslaggever Van Leeuwen acht sociale media ook nog niet noodzakelijk. “Maar dat zal snel veranderen. Mediabedrijven betrekken sociale media in hun beleid om meer mensen te interesseren voor hun producten en journalisten zullen daarin - of ze het nu leuk vinden of niet - mee moeten gaan.” Door het gebruik van sociale media zal de journalistieke cultuur volgens Van Leeuwen niet veranderen. “In de kern doen we nog steeds hetzelfde. Maar we gebruiken, naast de oude methoden, nieuwe instrumenten om nieuws te vergaren en te presenteren.” Volgens Pleijter verschilt het sterk per journalist welk sociaal medium voor hem of haar het nuttigst is. “Ben je bijvoorbeeld internationaal journalist in Afrika, zal je aan Hyves weinig hebben. Het ligt eraan waar de voor jou relevante mensen zitten. Ben je lokaal verslaggever, is het essentieel dat mensen uit de stad je volgen en dat jij hen volgt. Zij voorzien je van relevante informatie en zo ben je ontzettend snel op de hoogte. Als je in zo´n geval geen gebruik maakt van sociale media, moet je afwachten op persberichten die een dag later komen en dat hoeft niet meer.” Verslaggever Van Leeuwen is vooral actief op Twitter. “Begin vorig jaar kwam ik er voor het eerst mee in aanraking. Ik zag het vooral als extra mogelijkheid om nieuws onder de aandacht te brengen van een breder publiek. Ik heb toen voor mijn collega's een Twitterpresentatie gehouden om ze kennis te laten maken met dit medium.” Over de voornaamste reden voor zijn Twittergebruik is Van Leeuwen duidelijk. “Het is van levensbelang om een goed netwerk op te bouwen en via Twitter kun je dat zowel opbouwen als onderhouden. Zeker voor dagbladjournalisten is de inzet van Twitter een goede mogelijkheid om als eerste nieuws te brengen en meteen je verhaal dat de volgende dag in de krant verschijnt, te promoten.”
De vraag of face-to-face communicatie (met bijvoorbeeld nieuwsbronnen) in de toekomst vervangen zal kunnen worden door het sturen van berichten op sociale media, beantwoordt journalistiekdeskundige Pleijter terughoudend. “Voor een gedeelte zal dat wel zo zijn. Dat is na introductie van de telefoon ook in bepaalde mate gebeurd. Ik weet echter niet of sociale media dezelfde werking zullen hebben. Wil een journalist iemand portretteren, kan dat niet via Twitter of Facebook. Je hebt dan wel een gesprek met elkaar, maar door de kortheid van de berichtjes op een heel ander niveau.” Ook verslaggever Van Leeuwen denkt niet dat face-to-face communicatie vervangen zal worden, maar heeft hiervoor een heel andere reden. “Ik zie sociale media als toevoeging en niet als vervanging van bestaande nieuwsbronnen en contacten. Wel moet je beseffen dat als je via Twitter een tip oppakt, je waarschijnlijk niet de enige bent. In dat opzicht biedt face-to-face contact meer garanties op exclusiviteit.”
Eisen van de arbeidsmarkt
Journalistiekdeskundige Pleijter vindt het ontzettend belangrijk dat journalistiekopleidingen inspringen op de ontwikkelingen rondom sociale media en journalistiek. “Maar dat is voor scholen heel lastig. Zij leiden studenten namelijk op naar de eisen van de arbeidsmarkt. Het heeft totaal geen nut om als opleiding op de troepen vooruit te gaan lopen, maar het is natuurlijk erg belangrijk om de journalisten van de toekomst over sociale media te onderwijzen. Dat zorgt voor innovatie binnen redacties. Jonge journalisten kunnen gaan samenwerken met oudere journalisten en zo kunnen ze van elkaar leren en daar beide van profiteren.” Ook Noordhollands Dagbladverslaggever Van Leeuwen onderstreept het belang van aandacht vanuit opleidingen, maar stelt dat die ‘zich er niet blind op moeten staren’. “Je kunt als student nog zo handig zijn op Twitter; als je niet in staat bent een goed verhaal te schrijven of feiten en meningen van elkaar te onderscheiden dan heb je in de journalistiek weinig te zoeken.” Ondanks het feit dat Pleijter overtuigd is van het belang van onderwijs over sociale media bij journalistiekopleidingen, wordt er volgens hem te weinig aandacht aan besteed. “De journalistiekopleidingen leiden vooral gericht op voor één medium. Het is echter belangrijk aandacht te hebben voor crossmediale journalistiek. Het resultaat is dat redacties vaak moeite hebben om internetvaardige studenten te vinden. Internetredacties worden gezien als een ondergeschoven kindje, zowel door de opleidingen als door de media zelf. Die laatste hebben de opvattingen dat ze ‘het er wel even bij doen’. Veel van het werk van de vaak kleine internetredacties bestaat uit het doorplaatsen van stukken die al in bijvoorbeeld een krant zijn verschenen.”
Journalistieke duizendpotenEisen van de arbeidsmarkt
Journalistiekdeskundige Pleijter vindt het ontzettend belangrijk dat journalistiekopleidingen inspringen op de ontwikkelingen rondom sociale media en journalistiek. “Maar dat is voor scholen heel lastig. Zij leiden studenten namelijk op naar de eisen van de arbeidsmarkt. Het heeft totaal geen nut om als opleiding op de troepen vooruit te gaan lopen, maar het is natuurlijk erg belangrijk om de journalisten van de toekomst over sociale media te onderwijzen. Dat zorgt voor innovatie binnen redacties. Jonge journalisten kunnen gaan samenwerken met oudere journalisten en zo kunnen ze van elkaar leren en daar beide van profiteren.” Ook Noordhollands Dagbladverslaggever Van Leeuwen onderstreept het belang van aandacht vanuit opleidingen, maar stelt dat die ‘zich er niet blind op moeten staren’. “Je kunt als student nog zo handig zijn op Twitter; als je niet in staat bent een goed verhaal te schrijven of feiten en meningen van elkaar te onderscheiden dan heb je in de journalistiek weinig te zoeken.” Ondanks het feit dat Pleijter overtuigd is van het belang van onderwijs over sociale media bij journalistiekopleidingen, wordt er volgens hem te weinig aandacht aan besteed. “De journalistiekopleidingen leiden vooral gericht op voor één medium. Het is echter belangrijk aandacht te hebben voor crossmediale journalistiek. Het resultaat is dat redacties vaak moeite hebben om internetvaardige studenten te vinden. Internetredacties worden gezien als een ondergeschoven kindje, zowel door de opleidingen als door de media zelf. Die laatste hebben de opvattingen dat ze ‘het er wel even bij doen’. Veel van het werk van de vaak kleine internetredacties bestaat uit het doorplaatsen van stukken die al in bijvoorbeeld een krant zijn verschenen.”
Het valt Noordhollands Dagbladverslaggever Van Leeuwen op dat zijn werkgever wezenlijk is veranderd. “Waar we voorheen echt een krantenbedrijf waren, zijn we nu meer een nieuwsorganisatie die verschillende media, zoals internet en sociale media, bedient.” Van Leeuwen acht het bestaan van huidige nieuwsorganisaties niet veilig. “Willen we overleven, moeten we echt met goede producten (zoals nieuwsapplicaties, red.) komen voor smartphones en tablets. Liefst producten waarvoor mensen bereid zijn te betalen en die recht doen aan de mogelijkheden van deze mediadragers.” De vraag is welke ontwikkelingen toekomstig journalisten in de gaten dienen te houden en over welke vaardigheden zij moeten beschikken. Journalistiekdeskundige Pleijter: “Maak dat je verschillende vaardigheden beheerst. Zorg dat je zowel goed kunt schrijven, als foto´s én video´s kunt maken. Die activiteiten dienen tot het standaardgereedschap van journalisten te behoren. Het is heel handig als deze verschillende dingen gedaan kunnen worden door één persoon.et H Ga ook op zoek naar de handige en makkelijke applicaties die er op internet beschikbaar zijn om bijvoorbeeld grafieken te maken ter verduidelijking bij journalistieke producties. Naar dat soort ontwikkelingen moet je nieuwsgierig zijn.” Noordhollands Dagbladverslaggever Van Leeuwen is het hiermee eens. “Jonge journalisten zullen zich moeten ontwikkelen tot journalistieke duizendpoten.”
Daarnaast is het volgens Pleijter ontzettend belangrijk voor journalisten open te staan voor wat je publiek te zeggen heeft. “Journalisten in de dop moeten zich realiseren dat het publiek meer weet dan zij alleen. Het heeft geen nut defensief te zijn en je artikel tot aan publicatie strikt geheim te houden. Je moet er juist vanaf begin af aan mensen bij betrekken. Sta open voor reacties en vragen, dat is alleen maar nuttig voor een eventuele follow-up. Ik vind het onbegrijpelijk als journalisten weigeren de discussie aan te gaan met hun publiek. Daar wordt je als journalist niet slechter van, alleen maar beter.” Een andere tip die Pleijter heeft, is het beginnen van een blog. “Je wordt dan op regelmatige basis gedwongen te schrijven. Als je het niet doet, is dat een enorme misgelopen kans. Je kan op een blog oefenen met schrijven in verschillende genres, schrijfstijlen en je kunt je eigen specialisatie ontwikkelen. Hoewel er ook regelmatig generalisten gevraagd zullen worden, is specialisatie van wezenlijk belang. Volgens Pleijter vormt het bijhouden van een blog een belangrijk voordeel als studenten op zoek gaan naar werk. “Het bijhouden van een blog is als het ware het opbouwen van een eigen portfolio. Je kunt laten zien dat je ervaring hebt met schrijven en publiceren, je kunt routine opbouwen. Via je blog kun je jezelf ook profileren en pluggen, je kunt je werk verspreiden. Ook hierbij zijn sociale media essentieel.”
© 2011 Leon van Wijk/'Medium' Magazine – Niets uit deze publicatie mag worden overgenomen zonder toestemming van de auteur.
Abonneren op:
Posts (Atom)